De polyvagaaltheorie voor beginners
"De wetenschap van veiligheid, liefde en verbinding"
Do you prefer the English version?
Over dit artikel
Dit artikel is onderdeel van “De Polyvagale Wereld” op RelaxMore.net en is bedoeld als toegankelijk startpunt voor iedereen die nog weinig kennis heeft van de polyvagaaltheorie. Aanvullende artikelen op RelaxMore.net en in het Relaxicon verdiepen specifieke thema’s zoals neuroceptie, co-regulatie en fawning. Vragen zijn welkom in de comments.
Inleiding
De polyvagaaltheorie gaat over de communicatie tussen hersenen en lichaam. Ze beschrijft hoe interne en externe signalen, grotendeels buiten ons bewustzijn om, ons gevoel van veiligheid beïnvloeden en ons gedrag sturen. De theorie biedt inzicht in de intelligentie van onze evolutionaire erfenis: miljoenen jaren lang heeft die erfenis ons zenuwstelsel gevormd, met als doel ons te beschermen en optimaal samen te werken met onze omgeving.
De theorie raakt meerdere vakgebieden tegelijk: psychologie, fysiologie, evolutiebiologie en neurologie. Deze synthese maakt haar soms complex, maar ook juist zo waardevol – ze verbindt wat in de reguliere geneeskunde nog te vaak los van elkaar wordt behandeld.
Ben je therapeut of zorgverlener en geïnteresseerd in deze materie?
Ik heb een tweedaagse training ontwikkeld:
”De Polyvagaaltheorie en Traumaresponsen”.
Verdiepende theorie met een vertaalslag naar de praktijk.
De wetenschap van het gevoel van verbondenheid en veiligheid
The great thing then, in all education,
is to make our nervous system our ally,
as opposed to our enemy.
William James, 1914
Opmerkelijk dat William James in 1914 al aanvoelde hoe bepalend ons zenuwstelsel is voor ons welzijn. Precies tachtig jaar later onderbouwde Stephen Porges dit wetenschappelijk in de polyvagaaltheorie. Veiligheid – of liever: het innerlijk erváren van veiligheid – heeft daarin een belangrijke plaats:
“How safe we feel is crucial to our mental and physical health and happiness.”
Stephen Porges
Waar gaat de polyvagaaltheorie over?
Het autonome zenuwstelsel – het deel dat onbewust allerlei lichaamsfuncties regelt – blijkt meer te zijn dan alleen een besturing van onze fysiologie. Het bevat ook de kernstructuren die ons veiligheid of dreiging laten ervaren. De polyvagaaltheorie beschrijft wat je zou kunnen noemen de taal van ons autonome zenuwstelsel.
Hoogleraar psychiatrie en neurowetenschapper Stephen Porges publiceerde de theorie in 1994. Hij laat zien hoe de evolutie van ons autonome zenuwstelsel verklaart waarom we reageren op stress, dreiging en sociaal contact zoals we doen. Daarbij legt hij verbanden tussen autonome ontregeling en een breed scala aan lichamelijke en mentale klachten.
De polyvagaaltheorie gaat steeds meer over verbinding en liefde: over de factoren die verbinding mogelijk maken, en over wat er gebeurt als die verbinding ontbreekt. Zo biedt ze ook handvatten voor bredere maatschappelijke vraagstukken: hoe maken we de wereld een veiligere plek?
De polyvagaaltheorie gaat over hoe ons lichaam reageert op de verschillende uitdagingen in het leven. Deze reacties zijn dus gebaseerd op de evolutie van ons autonome zenuwstelsel.
Tijdens onze evolutionaire geschiedenis als gewervelden is dat autonome zenuwstelsel geleidelijk aan veranderd. Bij deze veranderingen zijn nieuwe banen of circuits ontstaan. Deze circuits functioneren in een hiërarchie; de nieuwere circuits remmen de oudere circuits af. Deze oudere circuits zijn verdedigings- of beschermingscircuits.
In de geneeskunde en verschillende therapieën beginnen we nu meer inzicht te krijgen in de rol die een ontregeld autonoom zenuwstelsel heeft bij veel ziekten, en vooral chronische ziekten. Ook op de mentale gezondheid heeft het autonome zenuwstelsel grote invloed.
Een niet goed gereguleerd autonoom zenuwstelsel (= gedisreguleerd, oftewel uit balans) kan volgens de polyvagaaltheorie (PVT) een verklaring zijn voor o.a. een aantal buikklachten (waaronder obstipatie, prikkelbaredarmsyndroom, spastische darm), voor de meeste posttraumatische verschijnselen, prikkelovergevoeligheid en een aantal verschijnselen die we onder de autistische kenmerken scharen.
Het mooie van Porges’ werk is dat hij niet alleen een theorie bedacht heeft, maar óók de praktische consequenties overziet. Hij stelt andere – meer lichaamsgerichte – behandelopties voor, waarmee inmiddels ook al goede resultaten worden behaald. De laatste jaren besteedt Porges in zijn werk steeds meer aandacht aan de praktische implicaties van de polyvagaaltheorie.
De polyvagaaltheorie gaat steeds meer over liefde en verbinding. De theorie biedt inzicht in de factoren die verbinding mogelijk maken, maar ook in de factoren die een rol spelen als we verbinding missen of verliezen. Zo kunnen we door deze nieuwe wetenschap leren wat in onze maatschappij helpend gaat zijn om van de wereld een meer liefdevolle plek te maken.
Wat betekent ‘polyvagaal’?
Poly betekent ‘meerdere’, vagaal verwijst naar de nervus vagus, een van de belangrijkste hersenzenuwen van ons lichaam. Polyvagaal betekent dus: ‘meerdere vagale banen’. De indruk kan ontstaan dat de theorie alleen over de nervus vagus gaat, maar dat is niet zo. Ook een viertal andere hersenzenuwen speelt een rol, en de theorie beschrijft het hele autonome zenuwstelsel in samenhang.
Hoe staat de polyvagaaltheorie er wetenschappelijk voor?
De polyvagaaltheorie heeft in de klinische praktijk (traumaverlening, lichaamsgerichte therapie, ontwikkelingspsychologie) brede ingang gevonden. Pioniers als Peter Levine (Somatic Experiencing®), Bessel van der Kolk en Pat Ogden herkenden in Porges’ werk eindelijk de neurobiologische verklaring voor wat zij al jaren in de behandelkamer waarnamen: de weg naar traumaheling gaat via het lichaam.
Tegelijkertijd is er wetenschappelijke discussie. De meest uitgesproken kritiek komt van wetenschappers Grossman en Taylor, die vraagtekens plaatsten bij een aantal anatomische en evolutionaire details van de theorie – met name rond de interpretatie van de nervus vagus en de evolutionaire ordening van vagale circuits. Porges heeft op deze kritiek gereageerd en delen van zijn formulering verfijnd. Dat debat is niet volledig gesloten, en dat hoort ook zo: zo werkt wetenschap.
De kern van de polyvagaaltheorie – dat ons autonome zenuwstelsel in een hiërarchie van overlevingscircuits opereert, en dat veiligheid de basis is voor verbinding en herstel – staat als klinisch verklaringsmodel overeind en wordt verder onderbouwd. Elders op deze website bespreek ik het wetenschappelijk debat uitgebreider; ook de website van het Polyvagaalinstituut Nederland is in dit kader de moeite van het volgen waard.
Kennis is zinloos totdat zij in het lichaam leeft.
Peter Levine
De drie pijlers van de polyvagaaltheorie
De polyvagaaltheorie rust op drie onderling verbonden inzichten. Op verreweg de meeste plaatsen worden deze pijlers in dezelfde volgorde genoemd, namelijk 1: Autonome hiërarchie; 2: Neuroceptie en 3: Co-regulatie.
Er wordt over pijler 1 het meest geschreven en gesproken, maar dat is wat mij betreft geen reden om deze pijler in het overzicht ook als eerste te beschrijven. Ik kies tegenwoordig voor een “chronologische volgorde”: wat gebeurt er achtereenvolgens in het echte leven? Dan ziet het rijtje er anders uit, namelijk:
Neuroceptie (het scanproces dat alles in gang zet) en dan het op basis daarvan “geregeld” worden van de …
Autonome hiërarchie.
Co-regulatie staat dan op plaats drie, maar dat is en blijft een lastige, op welke plaats je hem ook zet.
Normaal gesproken zou hier een betaalmuur komen, maar omdat ik dit een belangrijk artikel vind voor iedereen die belangstelling heeft voor de polyvagaaltheorie, heb ik de betaalmuur in dit artikel verwijderd.
Pijler 1: Neuroceptie – onze onbewuste veiligheidsradar
Ons zenuwstelsel scant voortdurend de omgeving, ons eigen lichaam en het relationele veld op signalen van veiligheid of dreiging. Dit gebeurt razendsnel, automatisch en volledig buiten onze bewuste waarneming. Porges noemt dit proces neuroceptie: de neurale detectie van veiligheid, gevaar of levensbedreiging.
Neuroceptie verschilt van perceptie. Perceptie is bewust waarnemen; neuroceptie is een dieper, ouder systeem dat al reageert vóórdat de hersenschors het heeft verwerkt. Dat verklaart waarom we soms gespannen worden in een situatie die ‘objectief’ veilig lijkt, of juist ontspannen terwijl anderen zich zorgen maken: onze neuroceptie reageert op subtiele signalen die we niet bewust opmerken.
De drie informatiekanalen van de neuroceptie
De neuroceptie gebruikt drie informatiestromen om tot een conclusie te komen of het op dit moment op de plek waar we zijn veilig is of dat er (levensbe)dreiging is.
Externe signalen: omgevingsgeluiden, lichtintensiteit, ruimtelijke openheid of beslotenheid, vertrouwdheid van een plek en alle andere informatie die via de zintuigen binnenkomt.
Interne signalen: spanning in spieren, hartritme, ademhaling, buikgevoel, pijn, moeheid, misselijkheid, temperatuurgewaarwording, honger, dorst; kortom, alles wat via interoceptie (de “inwendige zintuigen”) binnenkomt.
Bij mensen met een chronische aandoening is dit kanaal extra relevant, en vaak ook extra problematisch: het lichaam stuurt voortdurend signalen van onveiligheid of dreiging – pijn, uitputting, ongemak – waardoor de neuroceptie structureel gekleurd wordt richting gevaar, ook als er van buitenaf geen dreiging is. Dat verklaart waarom chronische pijn en vermoeidheid zo nauw verweven zijn met autonome ontregeling.
Relationele signalen: dit zijn de signalen die direct van het zenuwstelsel van de ander komen: stemtoon en stemklank, gezichtsuitdrukking en oogcontact, lichaamshouding en beweging, en de aanrakingskwaliteit. Het gaat dus niet om de omgeving of context als zodanig, maar om wat het andere lichaam uitstraalt en wat ons zenuwstelsel daarvan oppikt, nog voordat we er bewust iets mee doen.
Op basis van dit scanproces, dat 24/7 plaatsvindt en waarbij met behulp van oude breinstructuren in de hersenstam en de omgeving daarvan (de zogenaamde sub-corticale gebieden: gebieden die onder [= sub] de hersenschors [= cortex] liggen) de informatie die via de drie stromen binnenkomt wordt geanalyseerd, bepaalt het zenuwstelsel welke autonome toestand (pijler 2) passend is, en het “schakelt” daar automatisch naartoe. Wij kiezen daar niet in; ons lichaam doet het voor ons.
Waar ons bewustzijn pas om de hoek komt kijken, is dat we merken dat onze autonome toestand veranderd is, bijvoorbeeld dat onze hartslag omhoog is gegaan of dat we ons meer of minder gespannen voelen.
Wanneer neuroceptie ‘fouten’ maakt
We komen normaal gesproken allemaal met een redelijk gelijk afgestemde neuroceptie ter wereld. Onze neuroceptie wordt door de ervaringen die we meemaken “getraind” en kan daarbij ontregeld raken. Bij mensen met een traumageschiedenis kan neuroceptie gevaar detecteren waar geen gevaar is of mist het echte dreigingssignalen. Een relatief neutrale opmerking van een collega wordt als aanval ervaren; een drukke ruimte triggert paniek; intiem contact voelt onveilig. Hier is dus geen sprake van een bewuste keuze of “aanstellerij”; het is een zenuwstelsel dat geleerd heeft extra waakzaam te zijn.
Bij mensen die heel vroeg in het leven ernstige stress hebben meegemaakt, bijvoorbeeld een vroeggeboorte, bij medische ingrepen als pasgeborene of zelfs bij grote stress in de baarmoeder, kan de neuroceptie al vroeg afgesteld raken in de richting van (levensbe)dreiging. In mijn artikelen over GHIA schrijf ik hier meer over.
Deze inzichten hebben grote consequenties voor hoe we omgaan met mensen die heftig reageren op situaties die ons neutraal lijken. De vraag dient niet te zijn: “waarom doet hij of zij zo moeilijk?” maar: “wat detecteert het zenuwstelsel van de ander dat het mijne niet detecteert?” of misschien nog beter: “wat heb je meegemaakt?”
Onze neuroceptie maakt dus géén fouten, maar is gecalibreerd/”afgesteld” geraakt op basis van je ervaringen. De intentie was altijd en is nog steeds om je te helpen overleven op een manier die zo min mogelijk energie kost.
Pijler 2: Evolutionair gevormde autonome hiërarchie
Nu we weten hoe het zenuwstelsel de omgeving scant (neuroceptie) en dit de basis is van hoe de autonome toestand geregeld wordt, gaan we eens kijken welke opties hier zijn.
De polyvagaaltheorie beschrijft dat wij mensen dezelfde overlevingsstrategieën hebben als andere zoogdieren. Als we ons veilig voelen, zijn we meer geneigd om verbinding met elkaar te zoeken. Dit gaat via de zogenaamde ventrale vagale circuits. Je zou dit ook wel het ‘verbindingssysteem’ mogen noemen. We zijn dan in staat om compassie te voelen, anderen te troosten en ons vriendelijk en begripvol te gedragen. We voelen ons meer zorgzaam verbonden met onszelf en we zijn in staat om te leren.
Wanneer de neuroceptie dreiging detecteert, zijn er een aantal opties, die vaak worden voorgesteld als het doorlopen van een reeks voorspelbare en trapsgewijs verlopende responsen. De werkelijkheid is echter iets minder rechtlijnig, maar voor nu gebruiken we het standaard rijtje even.
In eerste instantie proberen we een dreigende situatie op te lossen door een sociale verbinding tot stand te brengen. We vragen om hulp of bieden aan om hulp te geven. Het verbindingssysteem wordt dus nog extra geactiveerd. Als dit niet leidt tot het herstel van veiligheid en verbondenheid, schakelen we vervolgens automatisch ons sympathische zenuwstelsel (het actiesysteem) in om te vluchten voor of te vechten tegen de bron van dreiging. Vluchten en vechten zie je soms letterlijk, maar tegenwoordig vaker figuurlijk, bijvoorbeeld in de vorm van een grote mond opzetten of een ander de schuld geven (vechten) of van onderwerp veranderen of doen alsof je heel druk bent (vluchten).
Als het aanzetten van het actiesysteem niet het gewenste effect heeft, vallen we uiteindelijk terug op de dorsaal vagale circuits (laten we dit het rust- terugtreksysteem noemen) dat ons immobiliseert in een bevriezingsrespons. In deze toestand voelen we ons hulpeloos, machteloos en afgesloten.
De polyvagaaltheorie beschrijft dus dat het omgaan met stress en dreiging drie niveaus kent: “drie hiërarchisch georganiseerde subsystemen van het autonome zenuwstelsel”.
De verwarring zit vaak in het woord hiërarchisch. De hiërarchie zit niet zozeer in welke toestand na de andere wordt geactiveerd, maar heeft betrekking op de evolutionaire ouderdom en het feit dat de systemen die “jonger” zijn, de “oudere systemen” “onder bedwang” houden. In de evolutie is het rust- en terugtreksysteem het oudst, gevolgd door het actiesysteem, en het verbindingssysteem is het jongst.
Zo gebruiken we onze hogere, nieuwere hersenstructuren om onze oudere verdedigingssystemen te remmen wanneer er geen gevaar is. Een evolutionair bepaalde hiërarchie, of in wat deftiger taal: een fylogenetische ordening (= de afstammingsgeschiedenis van een soort [=fylum]).
Samengevat
Voor het overzicht is dit rijtje handig:
Bij veiligheid of twijfel daaraan: het zoeken van contact en sociale verbinding middels het verbindingssysteem. Als dat niet voldoende werkt, dan …
Is er gevaar of lijkt dat er te zijn: er wordt overgeschakeld naar mobilisatie, het actiesysteem gaat aan, middels de vecht- en vluchtrespons. Mocht dat ook niet helpen …
Dan is er blijkbaar levensbedreiging: er ontstaat een respons van immobilisatie of bevriezing via ons rust- en terugtreksysteem.
Dit rijtje suggereert echter te veel een vaste volgorde; voor de gevoelige lezers kan er ook een waardeoordeel in gezien worden: alsof het beter is om het verbindingssysteem geactiveerd te hebben dan een van de andere twee systemen. Het rijtje past bij een autonome ladder, een beeld dat veel gebruikt wordt bij het uitleggen van de polyvagaaltheorie en dat ook heel behulpzaam is geweest, maar waar we inmiddels betere beelden voor hebben.
Zoals we bij neuroceptie echter al concludeerden, is het doel van het hele gebeuren om onze overleving te waarborgen. Er zijn dus geen “foute” autonome toestanden; ze zijn allemaal adaptief (= een aanpassing aan de situatie zoals de neuroceptie die interpreteerde).
Niet alleen bij dreiging
Deze systemen komen niet alleen in actie bij stress en dreiging, maar zijn ook in het dagelijks leven actief. Ons autonome zenuwstelsel staat altijd “aan”, 24 uur per dag. Ook als we geen dreiging ervaren, zijn de drie systemen in een of andere combinatie actief. Bij het sporten is het actiesysteem actief, maar dan zonder dat er dreiging is; bij het mediteren is het rust- en terugtreksysteem op de voorgrond zonder dat er dreiging is.
Dit is een belangrijke toevoeging die de polyvagaaltheorie heeft gedaan.
Gemengde toestanden
Een ander aspect rond de autonome regulering is dat de drie systemen niet als schakelaars aan en uit gaan, maar geleidelijk aan. Om deze reden heb ik het beeld van de ladder dan ook verlaten en heb ik een autonoom mengpaneel ontwikkeld.
Zo ontstaat een nog genuanceerder beeld van hoe de drie systemen met elkaar samenwerken en kunnen we toestanden benoemen waarin twee systemen tegelijk op de voorgrond staan. Als je bijvoorbeeld met je geliefde op de bank zit, is de kans groot dat je verbindingssysteem aan is en je rust- en terugtreksysteem. In veel gevallen zal bij het sporten ook niet alleen het actiesysteem aanstaan, maar is er ook sprake van een actief verbindingssysteem. Zo zijn er talloze voorbeelden waarop het autonome mengpaneel ingesteld kan staan.
Er is de laatste tijd ook vaak aandacht voor de begrippen fawning en please and appease. Dit zijn ook twee gemengde beelden.
Neuroceptie is in dit beeld de hand die het mengpaneel bedient:
Ben je therapeut of zorgverlener en geïnteresseerd in deze materie?
Ik heb een tweedaagse training ontwikkeld:
”De Polyvagaaltheorie en Traumaresponsen”.
Verdiepende theorie met een vertaalslag naar de praktijk.
Vrije keus?
Niemand kiest er bewust voor om in de vecht- of vluchtreactie te gaan, of om te bevriezen. Veel slachtoffers van geweld of misbruik hebben schuldgevoelens over het feit dat ze zich niet of minder hebben verzet. De respons op levensbedreigende gebeurtenissen is echter geen vrijwillige keus; ons lichaam maakt die keus op basis van neuroceptie.
In de polyvagaaltheorie bestaat niet zoiets als een slechte respons; er zijn alleen adaptieve overlevingsresponsen.
Geen vaste volgorde
Welke autonome toestand in een situatie geactiveerd wordt, of het nu veilig of dreigend is, alsmede de uiting daarvan, verschilt van mens tot mens. De evolutionaire hiërarchie ligt vast – de drie systemen hebben zich nu eenmaal in de beschreven volgorde ontwikkeld. Maar de hiërarchie zegt dus niet dat je altijd vanuit je verbindingssysteem naar je actiesysteem gaat; deze “fase” kan overgeslagen worden en zo kan in één keer het rust- of terugtreksysteem op de voorgrond komen.
Zo kunnen eerdere ervaringen ervoor zorgen dat het verbindingssysteem minder ontwikkeld of snel uitgeput is, waardoor iemand al bij geringe dreiging doorglijdt naar actie of terugtrekking. Een zeer ernstige situatie kan er ook toe leiden dat het verbindingssysteem niet verder wordt geactiveerd; het heeft immers geen zin hulp te zoeken als je huis in brand staat, dan moet je rennen (= actiesysteem → vluchten).
Betrokken structuren
Centraal bij dit alles staat de evolutie van een aantal hersenzenuwen, waarbij de nervus vagus de belangrijkste rol speelt. Over deze zelfde nervus vagus lees je tegenwoordig veel op de zogenaamd sociale platforms. Naast de vagus spelen nog vier andere hersenzenuwen een rol in het polyvagale verhaal. En van daaruit eigenlijk het hele lichaam, de hele hormoonhuishouding en de hele stofwisseling.
Pijler 3: Co-regulatie – samen reguleren
Ons zenuwstelsel is geen solospeler. Als zoogdieren zijn we van nature ingesteld op verbinding met anderen en die verbinding heeft een directe fysiologische werking. De aanwezigheid van een rustige, veilige ander kalmeert letterlijk ons zenuwstelsel en zo kunnen wij, als we in een kalme toestand zijn, ook anderen helpen kalmeren. Dit noemen we co-regulatie: de wederzijdse beïnvloeding van zenuwstelsels.
Hoe werkt co-regulatie?
Het ventraal vagale circuit (het verbindingssysteem) – het evolutionair nieuwste en meest ontwikkelde deel van ons autonome zenuwstelsel – is neuraal verbonden met de spieren van gezicht, stem en hoofd. Die verbinding maakt sociale communicatie mogelijk: een zachte stem, een open gezichtsuitdrukking, zacht oogcontact. Via deze kanalen ‘leest’ ons zenuwstelsel voortdurend de toestand van het zenuwstelsel van de ander.
Een rustige therapeut, een aanwezige ouder, een kalme vriend – hun gereguleerde zenuwstelsel werkt als een externe regulator voor het onze. Dit is geen metafoor of poëzie. Het is neurobiologie.
Co-regulatie in de praktijk
Het concept co-regulatie is behulpzaam om te verklaren hoe en waarom jonge kinderen hun zenuwstelsel ontwikkelen in de context van een verzorger en waarom vroege gehechtheid zo belangrijk is.
We weten ook dat de therapeutische relatie al helend kan werken, los van de gebruikte methodiek van de therapeut; hier “doet” de therapeut zelf dus “iets”. Zo hebben de meeste mensen wel een keer meegemaakt dat je iemand in crisis kunt kalmeren door simpelweg aanwezig te zijn en ook andersom: hoe iemand in paniek niet geholpen is door een naaste die ook in paniek raakt. Ook in groepen kan de dynamiek krachtig zijn, in beide richtingen: co-regulerend en destabiliserend.
Om co-regulatie optimaal te kunnen “benutten” is het van belang dat professionals zelf een goed gereguleerd autonoom zenuwstelsel hebben en ook dat zij niet ontregeld raken als hun cliënt dat wel doet.
Co-regulatie staat in dit artikel als derde pijler genoemd, maar misschien begrijp je dat het effect van de co-regulatie zichtbaar wordt via de neuroceptie in de autonome toestand. Co-regulatie zou dus ook als eerste in het rijtje kunnen staan! De polyvagaaltheorie beschrijft eigenlijk een heel dynamisch systeem.
Zelfregulatie als aanvulling
Als je als kind goed hebt leren co-reguleren, ontstaat het vermogen tot zelfregulatie. Technieken als mindfulness, ademhalingsoefeningen, Tai Chi en Qigong helpen het zenuwstelsel te kalmeren van binnenuit.
Waarom is de polyvagaaltheorie belangrijk?
De theorie biedt niet alleen een verklaring voor wat er in het zenuwstelsel gebeurt, ze heeft ook directe consequenties voor hoe we omgaan met mensen, met klachten en met herstel.
Opvoeding en onderwijs
Een veilige omgeving is geen luxe, maar het is de fysiologische voorwaarde voor leren en ontwikkelen. Een zenuwstelsel dat in de verdedigingsmodus staat en waarbij het verbindingssysteem minder actief is, kan niet optimaal leren. Kinderen die opgroeien in onveiligheid ontwikkelen een zenuwstelsel dat continu op alert staat. De gevolgen zijn meetbaar tot in het volwassen leven, zoals uitgebreid aangetoond door onderzoek naar Adverse Childhood Experiences (ACE).
Voor de (psycho)therapeutische praktijk
De polyvagaaltheorie verplaatst de therapeutische blik: van “wat is er mis met deze persoon?” naar “welke overlevingsrespons heeft dit zenuwstelsel geleerd?” Dat is een belangrijke andere en minder stigmatiserende invalshoek. Lichaamsgerichte therapieën als Somatic Experiencing® werken direct met de autonome staat, en veel minder via praten en het denkvermogen (= cognitie).
Voor de professional zelf
Co-regulatie maakt duidelijk dat een professional niet alleen technieken toepast, maar met het eigen zenuwstelsel aanwezig is. Een gereguleerde professional biedt een gereguleerde ruimte. Dat kon wel eens het werkzaamste element van de therapie- of coachingssessie zijn. Zoals Stephen Porges zei:
Veiligheid IS de therapie.
Stephen Porges
Voor medicatie en behandelkeuze
Inzicht in autonome ontregeling helpt verklaren waarom bepaalde behandelmethoden werken en andere niet. Het biedt ook aanknopingspunten voor nieuwe interventies – van HRV-biofeedback tot stemgebruik, van groepstherapie tot lichaamswerk.
Voor de samenleving
Op maatschappelijk niveau vraagt de polyvagaaltheorie: welke omgevingen creëren veiligheid, en welke creëren chronische dreiging? Dat raakt aan architectuur, beleid, zorg en onderwijs; overal waar mensen samenleven en samenwerken.
Voor elk van deze punten zullen de komende tijd artikelen verschijnen op deze website. Stay tuned!
"De Polyvagaaltheorie is voor iedereen die geïnteresseerd is in de evolutie, de menselijke ontwikkeling en het functioneren van het sociale brein.
Ik moedig je aan om met dr. Porges op ontdekkingsreis te gaan, omdat hij zijn uitgebreide kennis van de hersenen, ons lichaam en onze intermenselijke emotionele verbinding deelt op een manier die je begrip van en waardering voor zowel ons sociale als innerlijke zelf zullen verdiepen."
Louis Cozolino, hoogleraar psychologie
Gevolgen van de polyvagaaltheorie
Toen Porges in 1994 de polyvagaaltheorie publiceerde, vermoedde hij nog niet dat pioniers als Peter Levine (grondlegger van de lichaamsgerichte traumatherapie Somatic Experiencing®) en Bessel van der Kolk (hoogleraar psychiatrie, gespecialiseerd in posttraumatische stressstoornissen) hier heel veel belangstelling voor hadden.
Porges had de immobilisatie als verdedigingsstrategie bij dieren nog niet geduid als een mogelijke traumatische reactie bij mensen. Maar zijn theorie verklaarde eindelijk wat Levine, van der Kolk, Ogden en een aantal andere lichaamsgericht werkende pioniers al zo lang wisten: de weg naar traumaheling gaat via het lichaam.
Zó kan het gevoel van veiligheid getraind worden en terugkomen.
We zijn en blijven mensen én zoogdieren, en voor onze overleving hebben we relaties en interactie met anderen nodig. Dit zijn voor veel mensen moeilijke gebieden in het leven, en hier liggen duidelijke links met thema’s als gehechtheid, intimiteit, liefde en vriendschap.
Ben je therapeut of zorgverlener en geïnteresseerd in deze materie?
Ik heb een tweedaagse training ontwikkeld:
”De Polyvagaaltheorie en Traumaresponsen”.
Verdiepende theorie met een vertaalslag naar de praktijk.
Filmpje?
In dit mooie filmpje met Nederlandse ondertiteling wordt de hele polyvagaaltheorie begrijpelijk uitgelegd.
Heb je na het lezen van dit artikel vragen, stel die dan in de comments hieronder en niet via de e-mail. Zodoende kunnen meer mensen iets van je vraag leren.
Dit artikel maakt deel uit van het Relaxicon op RelaxMore.net.
Als je dit artikel lezenswaardig vond en (nog) geen betaald abonnement wilt, mag je me ook trakteren op een cappuccino!





























Dank, Ronald, voor je begrijpelijke en compassievolle uitzeenzetting. Voor mij als niet-professionele ‘gedupeerde’ heel prettig en herkenbaar. Een tekst om in te aarden 😎
Ronald, ik heb de tweedagse opleiding gedaan en vond het fantastisch. Zou je het filpmje van de leeuw en de impala met ons willen delen? Alvast hartelijk dank. Groetjes Justine