De polyvagaaltheorie voor beginners
"De wetenschap van veiligheid, liefde en verbinding"
Over dit artikel
Dit artikel is onderdeel van “De Polyvagale Wereld” op RelaxMore.net en is bedoeld als toegankelijk startpunt voor iedereen die nog weinig kennis heeft van de polyvagaaltheorie. Aanvullende artikelen op RelaxMore.net en in het Relaxicon verdiepen specifieke thema’s zoals neuroceptie, co-regulatie en fawning. Vragen zijn welkom in de comments.
Inleiding
De polyvagaaltheorie gaat over de communicatie tussen hersenen en lichaam. Ze beschrijft hoe interne en externe signalen, grotendeels buiten ons bewustzijn om, ons gevoel van veiligheid beïnvloeden en ons gedrag sturen. De theorie biedt inzicht in de intelligentie van onze evolutionaire erfenis: miljoenen jaren lang heeft die erfenis ons zenuwstelsel gevormd, met als doel ons te beschermen en optimaal samen te werken met onze omgeving.
De theorie raakt meerdere vakgebieden tegelijk: psychologie, fysiologie, evolutiebiologie en neurologie. Deze synthese maakt haar soms complex, maar ook juist zo waardevol – ze verbindt wat in de reguliere geneeskunde nog te vaak los van elkaar wordt behandeld.
Ben je therapeut of zorgverlener en geïnteresseerd in deze materie?
Ik heb een tweedaagse training ontwikkeld:
”De Polyvagaaltheorie en Traumaresponsen”.
Verdiepende theorie met een vertaalslag naar de praktijk.
De wetenschap van het gevoel van verbondenheid en veiligheid
The great thing then, in all education,
is to make our nervous system our ally,
as opposed to our enemy.
William James, 1914
Opmerkelijk dat William James in 1914 al aanvoelde hoe bepalend ons zenuwstelsel is voor ons welzijn. Precies tachtig jaar later onderbouwde Stephen Porges dit wetenschappelijk in de polyvagaaltheorie. Veiligheid – of liever: het innerlijk erváren van veiligheid – heeft daarin een belangrijke plaats:
“How safe we feel is crucial to our mental and physical health and happiness.”
Stephen Porges
Waar gaat de polyvagaaltheorie over?
Het autonome zenuwstelsel – het deel dat onbewust allerlei lichaamsfuncties regelt – blijkt meer te zijn dan alleen een besturing van onze fysiologie. Het bevat ook de kernstructuren die ons veiligheid of dreiging laten ervaren. De polyvagaaltheorie beschrijft wat je zou kunnen noemen de taal van ons autonome zenuwstelsel.
Hoogleraar psychiatrie en neurowetenschapper Stephen Porges publiceerde de theorie in 1994. Hij laat zien hoe de evolutie van ons autonome zenuwstelsel verklaart waarom we reageren op stress, dreiging en sociaal contact zoals we doen. Daarbij legt hij verbanden tussen autonome ontregeling en een breed scala aan lichamelijke en mentale klachten.
De polyvagaaltheorie gaat steeds meer over verbinding en liefde: over de factoren die verbinding mogelijk maken, en over wat er gebeurt als die verbinding ontbreekt. Zo biedt ze ook handvatten voor bredere maatschappelijke vraagstukken: hoe maken we de wereld een veiligere plek?
De polyvagaaltheorie gaat over hoe ons lichaam reageert op de verschillende uitdagingen in het leven. Deze reacties zijn dus gebaseerd op de evolutie van ons autonome zenuwstelsel.
Tijdens onze evolutionaire geschiedenis als gewervelden is dat autonome zenuwstelsel geleidelijk aan veranderd. Bij deze veranderingen zijn nieuwe banen of circuits ontstaan. Deze circuits functioneren in een hiërarchie; de nieuwere circuits remmen de oudere circuits af. Deze oudere circuits zijn verdedigings- of beschermingscircuits.
In de geneeskunde en verschillende therapieën beginnen we nu meer inzicht te krijgen in de rol die een ontregeld autonoom zenuwstelsel heeft bij veel ziekten, en vooral chronische ziekten. Ook op de mentale gezondheid heeft het autonome zenuwstelsel grote invloed.
Een niet goed gereguleerd autonoom zenuwstelsel (= gedisreguleerd, oftewel uit balans) kan volgens de polyvagaaltheorie (PVT) een verklaring zijn voor o.a. een aantal buikklachten (waaronder obstipatie, prikkelbaredarmsyndroom, spastische darm), voor de meeste posttraumatische verschijnselen, prikkelovergevoeligheid en een aantal verschijnselen die we onder de autistische kenmerken scharen.
Het mooie van Porges’ werk is dat hij niet alleen een theorie bedacht heeft, maar óók de praktische consequenties overziet. Hij stelt andere – meer lichaamsgerichte – behandelopties voor, waarmee inmiddels ook al goede resultaten worden behaald. De laatste jaren besteedt Porges in zijn werk steeds meer aandacht aan de praktische implicaties van de polyvagaaltheorie.
De polyvagaaltheorie gaat steeds meer over liefde en verbinding. De theorie biedt inzicht in de factoren die verbinding mogelijk maken, maar ook in de factoren die een rol spelen als we verbinding missen of verliezen. Zo kunnen we door deze nieuwe wetenschap leren wat in onze maatschappij helpend gaat zijn om van de wereld een meer liefdevolle plek te maken.
Wat betekent ‘polyvagaal’?
Poly betekent ‘meerdere’, vagaal verwijst naar de nervus vagus, een van de belangrijkste hersenzenuwen van ons lichaam. Polyvagaal betekent dus: ‘meerdere vagale banen’. De indruk kan ontstaan dat de theorie alleen over de nervus vagus gaat, maar dat is niet zo. Ook een viertal andere hersenzenuwen speelt een rol, en de theorie beschrijft het hele autonome zenuwstelsel in samenhang.
Hoe staat de polyvagaaltheorie er wetenschappelijk voor?
De polyvagaaltheorie heeft in de klinische praktijk (traumaverlening, lichaamsgerichte therapie, ontwikkelingspsychologie) brede ingang gevonden. Pioniers als Peter Levine (Somatic Experiencing®), Bessel van der Kolk en Pat Ogden herkenden in Porges’ werk eindelijk de neurobiologische verklaring voor wat zij al jaren in de behandelkamer waarnamen: de weg naar traumaheling gaat via het lichaam.
Tegelijkertijd is er wetenschappelijke discussie. De meest uitgesproken kritiek komt van wetenschappers Grossman en Taylor, die vraagtekens plaatsten bij een aantal anatomische en evolutionaire details van de theorie – met name rond de interpretatie van de nervus vagus en de evolutionaire ordening van vagale circuits. Porges heeft op deze kritiek gereageerd en delen van zijn formulering verfijnd. Dat debat is niet volledig gesloten, en dat hoort ook zo: zo werkt wetenschap.
De kern van de polyvagaaltheorie – dat ons autonome zenuwstelsel in een hiërarchie van overlevingscircuits opereert, en dat veiligheid de basis is voor verbinding en herstel – staat als klinisch verklaringsmodel overeind en wordt verder onderbouwd. Elders op deze website bespreek ik het wetenschappelijk debat uitgebreider; ook de website van het Polyvagaalinstituut Nederland is in dit kader de moeite van het volgen waard.
Kennis is zinloos totdat zij in het lichaam leeft.
Peter Levine
De drie pijlers van de polyvagaaltheorie
De polyvagaaltheorie rust op drie onderling verbonden inzichten. Op verreweg de meeste plaatsen worden deze pijlers in dezelfde volgorde genoemd, namelijk:
Autonome hiërarchie;
Neuroceptie;
Co-regulatie.
Er wordt over pijler 1 het meest geschreven en gesproken, maar dat is wat mij betreft geen reden om deze pijler in het overzicht ook als eerste te beschrijven. Ik kies tegenwoordig voor een “chronologische volgorde”: wat gebeurt er achtereenvolgens in het echte leven? Dan ziet het rijtje er anders uit, namelijk:
Neuroceptie (het scanproces dat alles in gang zet) en dan het op basis daarvan “geregeld” worden van de …
Autonome hiërarchie.
Co-regulatie staat dan op plaats drie, maar dat is en blijft een lastige, op welke plaats je hem ook zet.
Pijler 1: Neuroceptie – onze onbewuste veiligheidsradar
Ons zenuwstelsel scant voortdurend de omgeving, ons eigen lichaam en het relationele veld op signalen van veiligheid of dreiging. Dit gebeurt razendsnel, automatisch en volledig buiten onze bewuste waarneming. Porges noemt dit proces neuroceptie: de neurale detectie van veiligheid, gevaar of levensbedreiging.
Neuroceptie verschilt van perceptie. Perceptie is bewust waarnemen; neuroceptie is een dieper, ouder systeem dat al reageert vóórdat de hersenschors het heeft verwerkt. Dat verklaart waarom we soms gespannen worden in een situatie die ‘objectief’ veilig lijkt, of juist ontspannen terwijl anderen zich zorgen maken: onze neuroceptie reageert op subtiele signalen die we niet bewust opmerken.
De drie informatiekanalen van de neuroceptie
De neuroceptie gebruikt drie informatiestromen om tot een conclusie te komen of het op dit moment op de plek waar we zijn veilig is of dat er (levensbe)dreiging is.
Externe signalen: omgevingsgeluiden, lichtintensiteit, ruimtelijke openheid of beslotenheid, vertrouwdheid van een plek en alle andere informatie die via de zintuigen binnenkomt.
Interne signalen: spanning in spieren, hartritme, ademhaling, buikgevoel, pijn, moeheid, misselijkheid, temperatuurgewaarwording, honger, dorst; kortom, alles wat via interoceptie (de “inwendige zintuigen”) binnenkomt.
Bij mensen met een chronische aandoening is dit kanaal extra relevant, en vaak ook extra problematisch: het lichaam stuurt voortdurend signalen van onveiligheid of dreiging – pijn, uitputting, ongemak – waardoor de neuroceptie structureel gekleurd wordt richting gevaar, ook als er van buitenaf geen dreiging is. Dat verklaart waarom chronische pijn en vermoeidheid zo nauw verweven zijn met autonome ontregeling.
Relationele signalen: dit zijn de signalen die direct van het zenuwstelsel van de ander komen: stemtoon en stemklank, gezichtsuitdrukking en oogcontact, lichaamshouding en beweging, en de aanrakingskwaliteit. Het gaat dus niet om de omgeving of context als zodanig, maar om wat het andere lichaam uitstraalt en wat ons zenuwstelsel daarvan oppikt, nog voordat we er bewust iets mee doen.
Op basis van dit scanproces, dat 24/7 plaatsvindt en waarbij met behulp van oude breinstructuren in de hersenstam en de omgeving daarvan (de zogenaamde sub-corticale gebieden: gebieden die onder [= sub] de hersenschors [= cortex] liggen) de informatie die via de drie stromen binnenkomt wordt geanalyseerd, bepaalt het zenuwstelsel welke autonome toestand (pijler 2) passend is, en het “schakelt” daar automatisch naartoe. Wij kiezen daar niet in; ons lichaam doet het voor ons.
Waar ons bewustzijn pas om de hoek komt kijken, is dat we merken dat onze autonome toestand veranderd is, bijvoorbeeld dat onze hartslag omhoog is gegaan of dat we ons meer of minder gespannen voelen.
Wanneer neuroceptie ‘fouten’ maakt
We komen normaal gesproken allemaal met een redelijk gelijk afgestemde neuroceptie ter wereld. Onze neuroceptie wordt door de ervaringen die we meemaken “getraind” en kan daarbij ontregeld raken. Bij mensen met een traumageschiedenis kan neuroceptie gevaar detecteren waar geen gevaar is of mist het echte dreigingssignalen. Een relatief neutrale opmerking van een collega wordt als aanval ervaren; een drukke ruimte triggert paniek; intiem contact voelt onveilig. Hier is dus geen sprake van een bewuste keuze of “aanstellerij”; het is een zenuwstelsel dat geleerd heeft extra waakzaam te zijn.
Bij mensen die heel vroeg in het leven ernstige stress hebben meegemaakt, bijvoorbeeld een vroeggeboorte, bij medische ingrepen als pasgeborene of zelfs bij grote stress in de baarmoeder, kan de neuroceptie al vroeg afgesteld raken in de richting van (levensbe)dreiging. In mijn artikelen over GHIA schrijf ik hier meer over.
Deze inzichten hebben grote consequenties voor hoe we omgaan met mensen die heftig reageren op situaties die ons neutraal lijken. De vraag dient niet te zijn: “waarom doet hij of zij zo moeilijk?” maar: “wat detecteert het zenuwstelsel van de ander dat het mijne niet detecteert?” of misschien nog beter: “wat heb je meegemaakt?”
Onze neuroceptie maakt dus géén fouten, maar is gecalibreerd/”afgesteld” geraakt op basis van je ervaringen. De intentie was altijd en is nog steeds om je te helpen overleven op een manier die zo min mogelijk energie kost.
Pijler 2: Evolutionair gevormde autonome hiërarchie
Nu we weten hoe het zenuwstelsel de omgeving scant (neuroceptie) en dit de basis is van hoe de autonome toestand geregeld wordt, gaan we eens kijken welke opties hier zijn.
De polyvagaaltheorie beschrijft dat wij mensen dezelfde overlevingsstrategieën hebben als andere zoogdieren. Als we ons veilig voelen, zijn we meer geneigd om verbinding met elkaar te zoeken. Dit gaat via de zogenaamde ventrale vagale circuits. Je zou dit ook wel het ‘verbindingssysteem’ mogen noemen. We zijn dan in staat om compassie te voelen, anderen te troosten en ons vriendelijk en begripvol te gedragen. We voelen ons meer zorgzaam verbonden met onszelf en we zijn in staat om te leren.
Wanneer de neuroceptie dreiging detecteert, zijn er een aantal opties, die vaak worden voorgesteld als het doorlopen van een reeks voorspelbare en trapsgewijs verlopende responsen. De werkelijkheid is echter iets minder rechtlijnig, maar voor nu gebruiken we het standaard rijtje even.
In eerste instantie proberen we een dreigende situatie op te lossen door een sociale verbinding tot stand te brengen. We vragen om hulp of bieden aan om hulp te geven. Het verbindingssysteem wordt dus nog extra geactiveerd. Als dit niet leidt tot het herstel van veiligheid en verbondenheid, schakelen we vervolgens automatisch ons sympathische zenuwstelsel (het actiesysteem) in om te vluchten voor of te vechten tegen de bron van dreiging. Vluchten en vechten zie je soms letterlijk, maar tegenwoordig vaker figuurlijk, bijvoorbeeld in de vorm van een grote mond opzetten of een ander de schuld geven (vechten) of van onderwerp veranderen of doen alsof je heel druk bent (vluchten).
Als het aanzetten van het actiesysteem niet het gewenste effect heeft, vallen we uiteindelijk terug op de dorsaal vagale circuits (laten we dit het rust- terugtreksysteem noemen) dat ons immobiliseert in een bevriezingsrespons. In deze toestand voelen we ons hulpeloos, machteloos en afgesloten.
De polyvagaaltheorie beschrijft dus dat het omgaan met stress en dreiging drie niveaus kent: “drie hiërarchisch georganiseerde subsystemen van het autonome zenuwstelsel”.
De verwarring zit vaak in het woord hiërarchisch. De hiërarchie zit niet zozeer in welke toestand na de andere wordt geactiveerd, maar heeft betrekking op de evolutionaire ouderdom en het feit dat de systemen die “jonger” zijn, de “oudere systemen” “onder bedwang” houden. In de evolutie is het rust- en terugtreksysteem het oudst, gevolgd door het actiesysteem en het verbindingssysteem is het jongst.
Samengevat
Voor het overzicht is dit rijtje handig:
Bij veiligheid of twijfel daaraan: het zoeken van contact en sociale verbinding middels het verbindingssysteem. Als dat niet voldoende werkt, dan…
Is er gevaar of lijkt dat er te zijn: er wordt overgeschakeld naar mobilisatie, het actiesysteem gaat aan, middels de vecht- en vluchtrespons. Mocht dat ook niet helpen…
Dan is er blijkbaar levensbedreiging: er ontstaat een respons van immobilisatie of bevriezing via ons rust- en terugtreksysteem.
Dit rijtje suggereert echter té veel een vaste volgorde; voor de gevoelige lezers kan er ook een waardeoordeel in gezien worden: alsof het beter is om het verbindingssysteem geactiveerd te hebben dan een van de andere twee systemen. Het rijtje past bij een autonome ladder, een beeld dat veel gebruikt wordt bij het uitleggen van de polyvagaaltheorie en dat ook heel behulpzaam is geweest, maar waar we inmiddels betere beelden voor hebben.
Zoals we bij neuroceptie echter al concludeerden, is het doel van het hele gebeuren om onze overleving te waarborgen. Er zijn dus geen “foute” autonome toestanden; ze zijn allemaal adaptief (= een aanpassing aan de situatie zoals de neuroceptie die interpreteerde).
Niet alleen bij dreiging
Deze systemen komen niet alleen in actie bij stress en dreiging, maar zijn ook in het dagelijks leven actief. Ons autonome zenuwstelsel staat altijd “aan”, 24 uur per dag. Ook als we geen dreiging ervaren, zijn de drie systemen in de een of andere combinatie actief. Bij het sporten is het actiesysteem actief, maar dan zonder dat er dreiging is; bij het mediteren is het rust- en terugtreksysteem op de voorgrond zonder dat er dreiging is.
Dit is een belangrijke toevoeging die de polyvagaaltheorie heeft gedaan.
Gemengde toestanden
Een ander aspect rond de autonome regulering is dat de drie systemen niet als schakelaars aan en uit gaan, maar geleidelijk aan. Om deze reden heb ik het beeld van de ladder dan ook verlaten en heb ik een autonoom mengpaneel ontwikkeld.
Zo ontstaat een nog genuanceerder beeld van hoe de drie systemen met elkaar samenwerken en kunnen we toestanden benoemen waarin twee systemen tegelijk op de voorgrond staan. Als je bijvoorbeeld met je geliefde op de bank zit, is de kans groot dat je verbindingssysteem aan is en je rust- en terugtreksysteem. In veel gevallen zal bij het sporten ook niet alleen het actiesysteem aanstaan, maar is er ook sprake van een actief verbindingssysteem. Zo zijn er talloze voorbeelden waarop het autonome mengpaneel ingesteld kan staan.
Neuroceptie is in dit beeld de hand die het mengpaneel bedient:
Vrije keus?
Niemand kan bewust kiezen om in de vecht- of vluchtreactie te gaan, of te bevriezen. Veel slachtoffers van geweld of misbruik hebben schuldgevoelens over het feit dat ze zich niet of minder hebben verzet. De respons op levensbedreigende gebeurtenissen is echter geen vrijwillige keus — ons lichaam maakt die keus op basis van neuroceptie.
In de polyvagaaltheorie bestaat niet zoiets als een slechte respons — er zijn alleen adaptieve overlevingsresponsen.
Hoe ziet die volgorde eruit?
De uiting van verdediging verschilt van mens tot mens. De hiërarchie als structuur staat vast — de drie systemen bestaan en zijn evolutionair gelaagd — maar hoe iemand die hiërarchie doorloopt is minder voorspelbaar dan lang werd aangenomen. Mensen kunnen staten overslaan, direct naar een oudere staat schieten, of zich in een gemengde staat bevinden — zoals bevriezing mét hoge sympathische activatie.
Eerdere ervaringen kunnen ervoor zorgen dat het sociale systeem minder ontwikkeld of snel uitgeput is, waardoor iemand al bij geringe dreiging doorglijdt naar mobilisatie of immobilisatie. Een zeer ernstige situatie kan ook maken dat het sociale verbindingsgedeelte volledig wordt overgeslagen — het heeft immers geen zin hulp te zoeken als je huis in brand staat.
Evolutionair bepaald
Als we kijken naar de drie niveaus, zien we dat hun evolutionaire ontstaansgeschiedenis omgekeerd is aan de volgorde van inzet bij dreiging. Bij stress wordt eerst het nieuwste systeem ingezet; naarmate de dreiging ernstiger wordt, valt het systeem terug op oudere circuits.
In volgorde van evolutionair ontstaan: het oudste systeem is dat van immobilisatie, daterend uit de tijd van de reptielen. Later, bij de vissen, ontstond het mobilisatiesysteem met de vecht- en vluchtrespons. Nog weer later ontstond het sociale systeem — het meest ontwikkeld bij zoogdieren.
Welbeschouwd gebruiken we onze hogere, nieuwere hersenstructuren om onze oudere verdedigingssystemen te remmen wanneer er geen gevaar is. Een evolutionair bepaalde hiërarchie — of in wat deftigere taal: een fylogenetische ordening.
Centraal hierin staat de evolutie van een aantal hersenzenuwen, waarbij de nervus vagus de belangrijkste rol speelt — dezelfde nervus vagus waar je tegenwoordig veel over leest op sociale media.
Pijler 1: De evolutionair bepaalde autonome hiërarchie
De polyvagaaltheorie beschrijft dat wij mensen dezelfde overlevingsstrategieën hebben als dieren. Als we ons veilig voelen, zijn we meer geneigd om verbinding met elkaar te zoeken. Dit gaat via de zogenaamde ventrale vagale circuits. We zijn dan in staat om compassie te voelen, anderen te troosten en ons vriendelijk en begripvol te gedragen. We voelen ons ook meer zorgzaam verbonden met onszelf.
Wanneer we gevaar voelen, doorlopen we een voorspelbare, trapsgewijze en automatisch verlopende reeks responsen. In eerste instantie proberen we dreigende situatie op te lossen door een sociale verbinding tot stand te brengen. We vragen om hulp of bieden aan om hulp te geven. Als dit niet leidt tot het herstel van veiligheid en verbondenheid, schakelen we vervolgens automatisch ons sympathische zenuwstelsel in om te vluchten voor- of te vechten tegen de bron van dreiging. Als dit niet het bedoelde effect heeft, vallen we terug op het dorsaal vagale circuit dat ons immobiliseert in een bevriezingsrespons. In deze toestand voelen we ons hulpeloos, machteloos en afgesloten.
De polyvagaaltheorie beschrijft dus dat het omgaan met stress en dreiging drie niveaus kent. We spreken in deftiger taal over “drie hiërarchisch georganiseerde subsystemen van het autonome zenuwstelsel”.
Nogmaals en puntsgewijs zijn dit:
bij twijfel aan veiligheid (er gaat een alarm[pje]): het zoeken van contact en sociale verbinding. Als dat niet voldoende werkt, dan …
is er gevaar: er wordt overgeschakeld naar mobilisatie oftewel de actie-modus, middels de vecht- en vluchtrespons. Mocht dat ook niet helpen …
dan is er levensbedreiging: er ontstaat een respons van immobilisatie of bevriezing.
Echter, deze systemen komen niet alleen in actie bij stress en dreiging, maar zijn ook in het dagelijks leven actief, bijv. als we sporten (het mobilisatiesysteem zonder dat er stress of dreiging is) of als we mediteren (het immobilisatie-systeem zonder dat er gevaar is).
Dit is een belangrijke toevoeging van de polyvagaaltheorie aan de inzichten die er al waren rond de werking van ons autonome zenuwstelsel.
Vrije keus?
De wijze waarop deze drie mechanismen tot uitdrukking komen, verschilt van mens tot mens en van situatie tot situatie. Er zijn wel gemeenschappelijke elementen, en de volgorde ligt vast.
Belangrijk is te beseffen dat niemand bewust kan kiezen om in de vecht- of vluchtreactie te gaan, of te bevriezen. Veel slachtoffers van bijv. geweld of misbruik hebben schuldgevoelens over het feit dat ze zich niet (heviger) hebben verzet. De respons op werkelijk levensbedreigende gebeurtenissen is echter géén vrijwillige keus.
Ons lichaam maakt zelf die keus op basis van een onderliggend neuraal proces dat we neuroceptie noemen (de tweede pijler van de PVT).
In de polyvagaaltheorie bestaat NIET zoiets als een slechte respons, er zijn alleen adaptieve (overlevings-)responsen.
Hoe ziet die volgorde er uit?
De uiting van verdediging verschilt van mens tot mens. De volgorde van doorlopen van de drie mechanismen ligt vast en gaat van sociaal naar mobilisatie naar immobilisatie, zoals bij resp. 1, 2 en 3 hierboven is beschreven.
Eerdere ervaringen kunnen ervoor zorgen dat bij iemand het sociale deel minder ontwikkeld is en snel ‘uitgeput’ is, waardoor iemand al snel in de vecht-/vluchtrespons kan komen. Een situatie die zeer ernstig is, kan ook maken dat het sociale verbindingsgedeelte wordt overgeslagen. Het heeft immers geen zin om hulp te zoeken en te proberen een dreiging te sussen (de taak van het sociale mechanisme) als je huis in brand staat.
Normaal gesproken zou hier een betaalmuur komen, maar omdat ik dit een belangrijk artikel vind voor iedereen die belangstelling heeft voor de polyvagaaltheorie, heb ik de betaalmuur in dit artikel verwijderd.
Evolutionair bepaald
Als we kijken naar de volgorde waarin de drie responsen optreden, dan zien we dat deze omgekeerd is in relatie tot hun evolutionaire ontwikkeling. Bij stress en dreiging wordt eerst het nieuwste systeem ingezet, en naarmate de dreiging ernstiger wordt, wordt de respons ouder.
In volgorde van evolutionair ontstaan: Het oudste systeem is dat van immobilisatie (= onbeweeglijk maken), dat dateert uit de tijd van de reptielen. Later, in de tijd dat er vissen ontstonden, kwam er een mobilisatiesysteem met een vecht- en vluchtrespons. Nog weer veel later ontstond het sociale systeem. Dit is het meest ontwikkeld bij zoogdieren. Bij dreiging doorlopen we deze stadia dus in omgekeerde volgorde: eerst sociaal contact maken, dan de vecht- of vluchtrespons en tenslotte de bevriezing.
Welbeschouwd kun je dus zeggen dat we onze hogere (= nieuwere) hersenstructuren gebruiken om onze oudere verdedigingssystemen te remmen wanneer er geen gevaar is. Een evolutionair bepaalde hiërarchie. We noemen dit heel deftig een fylogenetische ordening.
Centraal bij dit alles staat de evolutie van een aantal hersenzenuwen, waarbij de nervus vagus de belangrijkste rol speelt. Over deze zelfde nervus vagus lees je tegenwoordig veel op de zogenaamd sociale platforms.
Waarom is de polyvagaaltheorie belangrijk?
De polyvagaaltheorie geeft ons inzicht in onze responsen op stressvolle gebeurtenissen en de herkomst van deze responsen. Kennis van ons brein, de hersenzenuwen en met name de nervus vagus, alsmede kennis van hoe dieren in de natuur reageren op levensbedreiging, geven ons aanknopingspunten voor- en inzicht in:
waarom het belangrijk is dat kinderen in een veilige omgeving kunnen opgroeien en hun zenuwstelsel zich op een goede manier kan ontwikkelen;
de redenen dat mensen op ernstige gebeurtenissen reageren zoals zij reageren;
waarom mensen na zo’n gebeurtenis klachten kunnen ontwikkelen;
wat een verstandige manier is en wat niet, om om te gaan met mensen na een schokkende gebeurtenis;
op welk niveau therapeutische maatregelen zouden moeten ingrijpen;
welke behandelmethoden wel of niet effectief zijn bij bepaalde klachten;
wat de rol van een goede therapeut – dus met een goed gereguleerd autonoom zenuwstelsel – kan zijn;
mogelijkheden voor nieuwe behandelmethoden;
een goede verklaring waarom reeds bestaande behandelmethoden of trainingen werken, waaronder mindfulness en lichaamsgerichte therapie;
goede handreikingen voor hoe we het gevoel van veiligheid in de maatschappij meer kunnen bevorderen.
Voor elk van deze punten zullen de komende tijd artikelen verschijnen op deze website, stay tuned!
"De Polyvagaaltheorie is voor iedereen die geïnteresseerd is in de evolutie, de menselijke ontwikkeling en het functioneren van het sociale brein.
Ik moedig je aan om met dr. Porges op ontdekkingsreis te gaan, omdat hij zijn uitgebreide kennis van de hersenen, ons lichaam en onze intermenselijke emotionele verbinding deelt op een manier die je begrip van en waardering voor zowel ons sociale als innerlijke zelf zullen verdiepen."
Louis Cozolino, hoogleraar psychologie
Gevolgen van de polyvagaaltheorie
Toen Porges in 1994 de polyvagaaltheorie publiceerde, vermoedde hij nog niet dat pioniers als Peter Levine (grondlegger van de lichaamsgerichte traumatherapie Somatic Experiencing®) en Bessel van der Kolk (hoogleraar psychiatrie, gespecialiseerd in post-traumatische stressstoornissen) hier heel veel belangstelling voor hadden.
Porges had de immobilisatie als verdedigingsstrategie bij dieren nog niet geduid als een mogelijk traumatische reactie bij mensen. Maar zijn theorie verklaarde eindelijk wat Levine, van der Kolk, Ogden en een aantal andere lichaamsgericht werkende pioniers al zo lang wisten: de weg naar trauma-heling gaat via het lichaam.
Zó kan het gevoel van veiligheid getraind worden en terugkomen.
We zijn en blijven mensen én zoogdieren, en voor onze overleving hebben we relaties en interactie met anderen nodig. Dit zijn voor veel mensen moeilijke gebieden in het leven, en hier liggen duidelijke links met thema’s als gehechtheid, intimiteit, liefde en vriendschap.
En er is meer …
Twee andere belangrijke nieuwe inzichten die de PVT toevoegt is dat …
het kalmerende zoogdierensysteem ook neuraal verbonden is met de spieren van het gezicht en het hoofd, en …
dat dit een belangrijk deel is voor het autonome zenuwstelsel om te kunnen reguleren met behulp van een ander AZS. Oftewel: hoe een rustig en stabiel iemand een hulpbron kan zijn voor iemand die ‘over z’n toeren is’. Coregulatie (= samen reguleren) is een belangrijke zoogdierenvaardigheid.
Zó kunnen we veiligheid en vertrouwen ook echt gaan voelen en relaties en verbinding aangaan.
Voor de duidelijkheid
Het is niet te zeggen dat gebeurtenis X klacht Y veroorzaakt. Zo rechtlijnig is het niet. Er zijn echter veel verbanden te leggen tussen een aantal lichamelijke klachten en een ontregeling van het autonome zenuwstelsel. Een steeds bekender voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde Adverse Childhood Experiences (ACE), oftewel schokkende ervaringen in de kindertijd. Hier worden duidelijk verbanden aangetoond tussen schokkende gebeurtenissen in de kindertijd en gezondheidsproblemen in het latere leven.
Hoe zit dat dan met klachten die je kunt krijgen na schokkende gebeurtenissen?
Ik wil benadrukken dat de respons van ons autonome zenuwstelsel op schokkende gebeurtenissen een overlevingsrespons is, waarvan het maar goed is dat deze onbewust genomen werd. Iedere veroordeling daarvan getuigt eigenlijk van een onjuist inzicht in wat er op zenuwstelsel-niveau gebeurde.
Wij mensen zijn het verleerd om op een gezonde manier met schokkende gebeurtenissen om te gaan, zodat deze geen ernstig blijvend nadelig effect op ons hebben en op langere termijn klachten veroorzaken. Daarnaast is het zo dat wij tegenwoordig zoveel prikkels en schokkends meemaken dat het ook haast ondoenlijk is dat allemaal op een natuurlijke manier te verwerken.
Je zou kunnen zeggen dat onze verdedigingssystemen ontregeld kunnen raken en vast kunnen gaan zitten / niet terugkomen in balans. Gerelateerd aan de drie evolutionaire- en polyvagale niveau’s betekent dit, kort samengevat, dat:
een zenuwstelsel ‘vast kan raken’ in mobilisatie, in vechten of vluchten dus (het sympatische niveau van het autonome zenuwstelsel). Een ‘heetgebakerd’ persoon heeft bijv. de vechtmodus heel snel aangezet.
of een zenuwstelsel kan vast raken in bevriezen (de dorsaal vagale banen van het autonome zenuwstelsel). Iemand die snel ‘blokkeert’ bij een stressvolle situatie zou een ‘systeem’ kunnen hebben dat vaak gereageerd heeft door te bevriezen en dat dat dus goed ‘geleerd’ heeft.
een zenuwstelsel kan niet vast raken in het evolutionair nieuwste systeem: het veiligheids- of sociale systeem. Ieder mens schakelt over op een oudere overlevingsrespons als de situatie maar dreigend genoeg is. Maar oefening, een veilige opvoeding, mentale vaardigheden om met stress en ongemakken om te gaan – veerkracht dus – en een goed ondersteunend netwerk (denk aan co-regulatie!) kunnen er wel voor zorgen dat het sociale systeem lang blijft functioneren én sneller herstelt na een schokkende gebeurtenis.
Ben je therapeut of zorgverlener en geïnteresseerd in deze materie?
Ik heb een tweedaagse training ontwikkeld:
”De Polyvagaaltheorie en Traumaresponsen”.
Verdiepende theorie met een vertaalslag naar de praktijk.
Filmpje?
In dit mooie filmpje met Nederlandse ondertiteling wordt de hele polyvagaaltheorie begrijpelijk uitgelegd.
Heb je na het lezen van dit artikel vragen, stel die dan in de comments hieronder en niet via je e-mail. Zodoende kunnen meer mensen iets van je vraag leren.
Dit artikel is ook te vinden via www.polyvagaaltheorie.nl.
Dit artikel maakt deel uit van het Relaxicon op RelaxMore.net.
Als je dit artikel lezenswaardig vond en (nog) geen betaald abonnement wilt, mag je me ook trakteren op een cappuccino!


















Ronald, ik heb de tweedagse opleiding gedaan en vond het fantastisch. Zou je het filpmje van de leeuw en de impala met ons willen delen? Alvast hartelijk dank. Groetjes Justine