Qigong bij de preventie, behandeling en het herstellen van COVID-19
Ook werkzaam bij griep
Inleiding
Het aantal gevallen COVID neemt weer toe (dit artikel verscheen begin januari 2026) en lijkt dicht bij (bijna) epidemische niveaus te komen.
Het goede nieuws is dat er steeds meer bewijs is voor het belang en de effectiviteit van qigong bij de behandeling en preventie van COVID en long-COVID. Hieronder beschrijf ik twee onderzoeken. Eén stamt uit vroeg in de pandemie (2020): Qigong for the Prevention, Treatment, and Rehabilitation of COVID-19 in Older Adults. American Journal of Geriatric Psychiatry, mei 2020.
“Potentiële werkingsmechanismen zijn onder meer stressreductie, emotieregulatie, versterking van de ademhalingsspieren, vermindering van ontsteking en een verbeterde immuunfunctie.”
Het tweede onderzoek werd november 2025 gepubliceerd in BMC Complementary Medicine and Therapies: Experiences with Qi and changes in post-acute sequelae of COVID-19.
“Ongeveer driekwart van de deelnemers rapporteerde verbetering van één of meer post-COVIDklachten (in de studie aangeduid als PASC)1, het vaakst vermoeidheid, ‘brain fog’ en slaapkwaliteit, en 85% rapporteerde een verbeterd welbevinden.”
1—Qigong for the Prevention, Treatment, and Rehabilitation of COVID-19 in Older Adults.
Qigong-oefeningen staan bekend om hun heilzame effect. Door het aandachtig en meditatief geleiden van de adem, gecombineerd met lichaamshoudingen en/of bewegingen, worden stressreducerende en emotieregulerende effecten beschreven. Daarnaast is er veel beschreven over beter ontwikkelde ademspieren en positieve effecten op de afweer en het herstellen van ziekten.
De onderzoekers die dit artikel schreven, vroegen zich af wat er bekend is over de effecten van qigong bij luchtweginfecties, en dan meer specifiek bij COVID-19. Hoe heeft men dat aangepakt?
Opzet van het onderzoek
Allereerst hebben de onderzoekers gekeken naar een aantal medische aspecten die bij een ernstige COVID-19-infectie plaats kunnen vinden. Enkele medische problemen die regelmatig beschreven worden – en die we destijds ook in de media wel gezien en gehoord hebben – zijn dat:
Mensen met een verminderde afweer (o.a. door onderliggende ziekten en/of ouderdom) extra vatbaar zijn;
Een COVID-19-infectie gepaard kan gaan met een cytokinestorm. Dit is een ernstige en vaak fatale ontregeling van de afweer, waarbij de afweercellen een ontstekingsreactie in het hele lichaam veroorzaken. De afweer slaat als het ware ‘op hol’, er is geen houden meer aan;
Ernstige ademhalingsproblemen kunnen ontstaan;
Het herstel van ernstige COVID veel energie, ademhalingstraining, bewegings- en spierkrachttraining en ook psychologische ondersteuning vraagt;
Inmiddels weten we dat een aantal mensen langdurig blijvende en soms zeer ernstige restklachten houdt op het gebied van moeheid en energieniveau.
Op basis van deze kennis werden een aantal zoekwoorden gekozen die betrekking hebben op deze medische problemen2, en werden deze gecombineerd met een aantal qigong gerelateerde zoekwoorden3. Vanwege de typische luchtwegproblemen die bij COVID-19-infecties kunnen voorkomen, werd natuurlijk ook gezocht op ‘luchtweginfectie’ en ‘adem-revalidatie’.
Deze zoektermen werden losgelaten op een aantal medische databases en de gevonden artikelen werden vervolgens beoordeeld. Als het een klinisch overzicht betrof of een systematische review4 en in het Engels of Chinees was geschreven, werd het artikel toegelaten. Dat bleken er uiteindelijk 45 te zijn.
Over qi en qigong
Uiteraard leggen de onderzoekers in hun artikel uit wat verstaan wordt onder qi en qigong. Ik zal kort samenvatten wat ze beschrijven.
Qi
Dit is de energie die stroomt door de meridianen en die ervoor zorgt dat we onze dagelijkse levensactiviteiten kunnen verrichten. Er zijn verschillende soorten qi. De circulatie van qi is betrokken bij alle levensprocessen. Veel ziekteprocessen zijn een gevolg van een verstoorde qi-stroom.
Qigong
Dit is de training van het kunnen reguleren van de qi. Het mag gezien worden als een mind-body training om lichaam, geest en adem te reguleren, zodat gezondheid bevorderd wordt en ziekte voorkomen of genezen.
De oefeningen bestaan uit langzame bewegingen of stilstaande houdingen, gepaard met ademinstructies en meditatie, veelal in de vorm van visualisatie en/of concentratie.
Deze oefeningen kennen een geschiedenis van meer dan 4000 jaar en zij zijn diep verweven met de Traditionele Chinese Geneeskunde en de taoïstische leer. De term qigong is echter pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw gemunt voor deze heilzame lichaam-geestdiscipline.
Onderzoek heeft al aangetoond dat qigong zeer ondersteunend kan zijn bij veel (ook chronische) ziektes die onder de interne geneeskunde vallen, alsmede bij veel psychosomatische aandoeningen. Denk hierbij aan astma, maagaandoeningen, fibromyalgie, suikerziekte en hoge bloeddruk. Daarnaast wordt qigong gebruikt als gezondheidsondersteuning bij oudere mensen met stemmingsstoornissen en cognitieve [= het denkvermogen betreffend] achteruitgang en dementie.
Onderverdeling van qigong
We maken even een kort uitstapje om enkele vormen van qigong te noemen en in te delen. In het onderzoek wordt gesproken van dynamische of actieve qigong en meditatieve of passieve qigong.
Onder de actieve qigong kunnen we o.a. Tai Chi Chuan, Yi Jin Jing (spier- en pees-versterkingsoefeningen), Wu Qin Xi (de vijf dieren oefeningen), Liu Zi Jue (de zes helende klanken) en Ba Duan Jin (de acht brokaatoefeningen) rekenen. Allemaal oefeningen die wereldwijd bekend zijn en geoefend worden.
Bij passieve qigong beweegt het lichaam niet of weinig (hetgeen niet wil zeggen dat het lichaam daarbij onbelangrijk is!) en wordt meer gewerkt met meditatie en adem. Het is meer een mentale dan een fysieke training.
Voor veel mensen is actieve qigong makkelijk te leren en gezien de fysieke componenten ervan lijkt actieve qigong meer geschikt als training voor het bewegingsstelsel, waaronder de ademhalingsspieren, dan passieve qigong.
Heilzame effecten van qigong op luchtweginfecties
In de Traditioneel Chinese Geneeskunde [= Medicine, dus TCM is de meestgebruikte afkorting] wordt een luchtweginfectie ingedeeld bij de ziekten die door externe pathogenen [= ziekteverwekkers] veroorzaakt worden. Er ontstaat een balansverstoring die ons afweersysteem moet corrigeren met behulp van de zgn. “wei qi”, de qi of energie die het immuunsysteem representeert volgens de TCM. Als de wei qi voldoende sterk is, zal de infectie bestreden kunnen worden.
Oudere mensen hebben vaak verslechterde orgaanfuncties door reeds bestaande chronische aandoeningen. Hierdoor is hun wei qi niet meer zo krachtig, zijn ze vatbaarder voor ziekteverwekkers en zal een infectie ook sneller een ernstig beloop hebben.
Omdat qigong ook de wei qi versterkt, kan het wellicht luchtweginfecties voorkomen, het beloop ervan positief beïnvloeden of het herstel bevorderen.
Mogelijke werkingsmechanismen van qigong bij luchtweginfecties
De getallen in [vierkante] haken die in dit gedeelte bij de tekst staan, refereren aan de onderzoeken die in de literatuurlijst van het artikel staan.
1) Stress- en emotieregulatie
Iedere ziekte zorgt voor een stressreactie in het lichaam. Daarnaast kan er ook stress ontstaan door de zorgen die je kunt hebben over het ziek-zijn. De door Benson geobserveerde fysiologische veranderingen [= veranderingen in de stofwisseling] tijdens meditatie [13] laten zien dat meditatie stress kan tegengaan. Benson spreekt daarbij van een “relaxatierespons” [= ontspanningseffect].
Zo is ook gevonden dat het meditatief bewegen door qigong de hoeveelheid stresshormonen in het bloed vermindert [14]. Een ander effect is dat beoefenaren minder mentaal reactief worden, zodat negatieve gedachten minder grip krijgen5. Een dempend effect op de hormonale stress-as – waarbij o.a. de hypothalamus, hypofyse (twee oude hersenstructuren) en de bijnierschors betrokken zijn, en die direct effect hebben op de werking van het autonome zenuwstelsel – maakt dat ontstekingsreacties minder heftig zijn [15].
In een groot onderzoek werd gevonden dat qigong gevoelens van angst en depressie verminderde bij mensen met COPD [= chronisch longlijden][16]. Ook belangrijk om te vermelden is dat het beoefenen van qigong een gevoel kan geven van controle (je doet zelf iets positiefs voor je gezondheid) en saamhorigheid als je het in een groep doet [17, 18].
2) Versterken van de ademhalingsspieren
Liu vond bij onderzoek dat qigong meetbare effecten had op grijpkracht, spronghoogte en teenkracht bij oudere mensen [19], dus een positief effect op spierkracht. Het specifiek trainen van de buikspieren leidde tot een sterker middenrif [= de belangrijkste ademhalingsspier] [20]. Wu vond ook sterkere ademspieren bij COPD-patiënten die 3 maanden Liu Zi Jue trainden [21].
3) Ontstekingsvermindering
Qigong kan een positief effect hebben op zowel ontstekingsfactoren als op ontstekingsreacties. Zo is onder andere gevonden dat een 6 maanden Tai Chi programma leidde tot een lagere IL6-spiegel [= Interleukine 6, een ontstekingseiwit], terwijl deze voordien bij de deelnemers veel te hoog was [22].
Andere onderzoeken laten een lagere CRP-spiegel zien [= een ontstekings-graadmeter], een lagere productie van ontstekingsbevorderende stoffen en hogere spiegels van ontstekingsremmende stoffen (cytokines) [24, 25].
4) Het verbeteren van de immuunfunctie
De verbetering van de immuunfunctie door qigong laat zich zien in de specifieke en de niet-specifieke immuunrespons.
We beginnen met de niet-specifieke immuunrespons. Hier zien we dat qigong het aantal en de activiteit van immuuncellen in het bloed verhoogt. Hierbij worden vaak de T-helpercellen genoemd, alsmede de Natural Killer-cellen; en dan gaat het vaak vooral over de stoffen die de aanmaak en/of functie van deze belangrijke afweercellen bevorderen [24, 26, 27].
Boeiend is te lezen dat Nieman concludeert dat matig intensief oefenen het risico op luchtweginfecties kan verminderen, terwijl intensief oefenen (“heavy exercise”) dit risico juist kan verhogen [28].
Over de specifieke immuunrespons hebben we het als we kijken naar een toename van de immuuncellen en de spiegels van immunoglobulines [= antistoffen of -lichamen]. We zien dat er diverse positieve resultaten gevonden zijn. Het gaat dan steeds om een significante [= meer dan toevallige, dus zeer waarschijnlijk door de interventie {in dit geval qigong} veroorzaakte verandering] verhoging van dendritische cellen [29], B-lymfocyten [= beide een bepaald soort afweercel] [30] en IgA, IgG en IgM [= belangrijke immunoglobulinen {Ig}] [31].
Het valt op dat deze verbeteringen groter zijn naarmate er langer (meerdere jaren) wordt geoefend. Gelukkig werd ook gezien dat na een maand al positieve effecten meetbaar waren, hetgeen zinvol is om te weten in relatie tot een acute COVID-19-infectie.
Een klein zijpaadje, maar misschien van belang bij vaccinaties, is dat onderzoek [32] laat zien dat Qigong-beoefenaars na een waterpokkenvaccinatie een grotere immuunrespons hadden [= dus meer afweer kregen]. Een ander onderzoek [33] liet zien dat na een griepvaccinatie de omvang en duur van de antilichaamrespons veel beter was bij de Tai Chi-beoefenaren dan bij de controlegroep.
Klinisch bewijs voor de effectiviteit van Qigong bij luchtweginfecties
Preventie
Er zijn een paar studies over de preventieve voordelen van qigong bij luchtweginfecties. Zo is daar de studie van Hu et al. [= en anderen] [34], die bewees dat Qigong-beoefenaren significant minder luchtweginfecties hadden dan de controlegroep die ging joggen. Het onderzoek liep twee jaar, en de effecten van qigong werden alleen maar groter (dus de verschillen tussen de twee groepen namen toe).
Wright et al. [35] deden onderzoek bij zwemmers die ook qigong beoefenden en vonden dat hoe meer qigong er werd geoefend, hoe milder de optredende verkoudheids- en griepverschijnselen waren.
Behandeling
Er zijn een paar studies gevonden over de toepassing van qigong in de acute fase van luchtweginfecties. Deze studies laten een verkorting van de infectieduur zien, maar geen bewijsbare vermindering van de prevalentie [= frequentie van optreden] van luchtweginfecties.
Herstel en revalidatie
Ernstige luchtweginfecties hebben vaak een langdurige herstelperiode, ook bij jongere mensen. De onderzoeken naar effectiviteit van qigong bij het herstellen van luchtweginfecties zijn ook al niet heel dik gezaaid, maar we staan niet helemaal met lege handen! Verschillende onderzoeken laten de ondersteunende werking van qigong zien.
Zo is daar Tong's meta-analyse over 10 onderzoeken, die aantoont dat qigong de longfunctie van COPD-patiënten [= chronisch longlijden, met name chronische bronchitis en longemfyseem] verbetert. Daarnaast werd bij deze mensen ook een verbetering van kracht en conditie gevonden en een verbetering op een belangrijke meetschaal voor kwaliteit van leven.
De onderzoekers vonden hierbij dat met name Ba Duan Jin en Yi Jin Jing verbetering gaven en dat het effect van Liu Zi Jue niet meetbaar was. Overigens laat een andere studie [38] zien dat Liu Zi Jue wel degelijk effectief is ten behoeve van COPD-patiënten.
Tenslotte noem ik nog het onderzoek van Chen et al. [39], dat aantoont dat de longfunctie verbeterde en de opnameduur in het ziekenhuis verminderde bij patiënten met bronchitis die Ba Duan Jin oefenden. Uiteraard vergeleken met een controlegroep die deze oefeningen niet deed.
En verder...
Het artikel vervolgt met een gedeelte over hoe je qigong kunt leren en tips voor het beoefenen. Aangezien mijn artikel al lang genoeg is en je elders op de website ook info over qigong kunt vinden, laat ik dat hier verder buiten de bespreking.
Aanbevolen vormen van qigong
Dat zou ik ook kunnen doen met het deel over welke qigongvorm aan te raden is. Toch is het m.i. zinvol te vermelden dat de auteurs vinden dat Ba Duan Jin, Liu Zi Jue en buikademhalingsoefeningen het meest geschikt zijn. Met name ben ik blij met het noemen van Ba Duan Jin, De “Acht brokaten”, want die doen we vaak tijdens mijn qigong lessen. Ik moet bekennen dat ik geen idee heb waarom nu ineens buikademhaling als aparte discipline wordt genoemd; in het hele artikel wordt er verder niet over gerept.
Deze drie oefenvormen zijn volgens de auteurs vaak toegepast, ze zijn makkelijk te leren, niet te hoog qua intensiteit en ze kunnen geoefend worden in een kleinere ruimte. Dat maakt ze geschikt voor thuisbeoefening, bijvoorbeeld tijdens quarantaine.
Er volgt nog een stuk over deze drie verschillende vormen, dat ik nu buiten beschouwing laat.
Conclusies
De auteurs concluderen dat het bewijs suggereert dat qigong potentieel bruikbaar kan zijn bij de preventie, behandeling en het herstel van luchtweginfecties, inclusief COVID-19. Met name ouderen zouden ervan kunnen profiteren. Verdere onderzoeken zijn nodig om de effectiviteit van qigong in deze contexten aan te tonen.
Nabeschouwing
De onderzoekers hebben snel actie ondernomen toen de coronacrisis losbarstte. Het is een specifiek onderwerp, dus dat men geen honderden onderzoeken vond, is niet vreemd. Ten aanzien van COVID-19 is er helemaal geen enkel onderzoek m.b.t. het effect van qigong beschikbaar. Dat maakt dat de onderzoekers begrijpelijkerwijs moeten voortborduren op onderzoeken naar aan COVID-19 verwante ziekten en symptomen. Dat brengt natuurlijk een risico met zich mee, namelijk dat ze verkeerde aannames en gevolgtrekkingen hebben gedaan.
Toch lees ik, als enigszins inhoudsdeskundige, geen heel verrassende of opvallende dingen in het onderzoek en kan ik de gevolgde redeneringen en conclusies begrijpen.
Nog drie opmerkingen
Ik lees dat de effecten bij veel geraadpleegde onderzoeken pas na een programma van 12 of 24 weken, of zelfs een half jaar, worden gemeten. Daarnaast wordt veelvuldig gevonden dat langer oefenen leidt tot meer effect. Qigong-beoefenaren weten natuurlijk dat alleen herhaalde oefening leidt tot resultaat, dus dat is voor hen niet vreemd.
Het roept bij mij wel de vraag op wanneer eigenlijk de eerste effecten meet- en merkbaar zijn. En me dunkt ook relevant voor de mensen die (weer) te maken hebben met een COVID-19-besmetting.“Meer onderzoek is nodig.” Bijna elk wetenschappelijk artikel besluit met deze opmerking. En dat is niet alleen om onderzoekers met nieuwe subsidies aan het werk te houden. Wetenschap is nooit af. Het twijfelt en zoekt naar houvast in moerassen vol onzekerheden. Heel frustrerend voor wie precies wil weten ‘hoe het zit’.
En denk je te weten hoe het zit, dan kan nieuw onderzoek die zekerheid onderuit halen. Dat geldt ook voor dit onderzoek, vooral omdat het onderwerp zo actueel en nog weinig onderzocht is.Ik vind het ook het vernoemen waard wat NIET gevonden is bij de analyse van de 45 artikelen, namelijk dat qigong nadelig zou kunnen zijn. Nergens in het artikel worden negatieve effecten van qigong bij luchtweginfecties genoemd.
Een prettig leesbaar en goed uitgewerkt artikel, leuk om te bestuderen, zorgvuldig uitgevoerd onderzoek, met een actuele waarde en dus van belang.
Bron
Bronartikel: Qigong for the Prevention, Treatment, and Rehabilitation of COVID-19 Infection in Older Adults.
2—Experiences with Qi and changes in postacute sequelae of COVID-19 (PASC) symptoms with qigong
Een kwalitatieve studie
Veel mensen met post-COVID (PASC) hebben langdurige klachten zoals vermoeidheid, cognitieve traagheid (“brain fog”), benauwdheid en slaapproblemen. Er is (nog) geen goed gevalideerde behandeling. De auteurs verkennen daarom qigong als mogelijke aanvullende benadering; specifiek een combinatie van externe qigong en een interne, zeer rustige qigongvorm. Het bijzondere aan deze studie is dat het niet primair draait om meetwaarden, maar om het verhaal van de deelnemers: wat voelden ze, hoe begrepen ze “qi”, en welke veranderingen merkten ze in klachten en welbevinden? We hebben het dan over een zogenaamde ‘kwalitatieve studie’, een heel ander soort onderzoek dus dan het eerste.
De interventie
De deelnemers kregen zes weken lang wekelijks een sessie van ongeveer twee uur, in kleine groepen (2-9 mensen). Het programma bestond uit:
Externe qigong: een vorm van energetische healing. In deze studie werkte de behandelaar zonder aanraking, met de handen op afstand (minstens ~15 cm) van het lichaam, meestal van hoofd naar beneden. De duur en bewegingen varieerden per persoon en per sessie, afhankelijk van wat de behandelaar dacht waar te nemen.
Interne qigong (begeleide oefening): een zittende, meer meditatieve oefening met drie fasen: ademen naar de dantien (onderbuik), het ervaren van een “qi-bal” tussen de handpalmen, en het verbinden met “universele qi” (met aandacht voor kruin/handen).
Wie deden er mee?
De 26 deelnemers waren 25-79 jaar, gemiddeld midden 50. Ongeveer 73% was vrouw; het merendeel was blank. De gemiddelde duur van post-COVID-klachten was ongeveer twee jaar (gemiddeld 24,7 maanden; spreiding 4-47). Bij start waren de meest gemelde klachten: vermoeidheid (88%), brain fog (73%) en kortademigheid (65%); daarnaast o.a. spijsverteringsklachten, spierpijn, hoofdpijn, hartkloppingen, duizeligheid en slaapproblemen.
Opzet en aanpak
Deze kwalitatieve analyse is ingebed in een grotere studie, die verder nu niet aan bod komt. Voor de kwalitatieve studie werden alle 26 deelnemers die het traject afrondden geïnterviewd met een semigestructureerde vragenlijst, binnen twee weken na de laatste sessie. De interviews duurden grofweg 8-42 minuten en werden getranscribeerd en geanalyseerd via een conventionele contentanalyse. Meerdere onderzoekers codeerden de teksten; eventuele verschillen werden via een “tie-breaker” beslecht.
Wat verstonden deelnemers onder qigong?
Een kernbevinding is dat deelnemers qigong vaak beschreven als een vorm van “werken met energie” die blokkades helpt loslaten, herstel bevordert en rust brengt. Sommigen gebruikten heel concrete beelden (“energiecentra”, “doorstroming”), anderen verwezen naar de uitleg van de behandelaar (bijvoorbeeld het loslaten van “vastgehouden energie/trauma”). En een kleine minderheid zei eerlijk: ik snap het eigenlijk niet goed genoeg om het uit te kunnen leggen; wat op zichzelf ook informatief is: niet iedereen heeft een verhaal bij zijn of haar ervaringen.
Ervaringen met het voelen van qi
Bijna iedereen (92%) rapporteerde dat ze tijdens de sessies qi konden waarnemen. De beschrijvingen liepen uiteen, maar hadden opvallende overeenkomsten: warmte of kou, tintelingen, een briesje, druk/zwaarte, “magnetisme”, statische elektriciteit, of een “bal” tussen de handen. Veel deelnemers voelden het vooral in de handen, soms ook door het hele lichaam of op de kruin. De ervaring werd meestal omschreven als aangenaam, niet pijnlijk en ontspannend.
Veranderingen in klachten en welbevinden
PASC-symptomen
Ongeveer 73% van de deelnemers meldde verbetering in één of meer post-COVID-klachten gedurende het traject. Het ging het vaakst om energie/vermoeidheid (door de onderzoekers gecodeerd als verbetering bij 72% van de deelnemers), gevolgd door brain fog (39%) en slaap (20%). Daarnaast werden ook verbeteringen genoemd in o.a. spijsverteringsklachten, reukverlies, hartritmestoornissen/kloppingen, gewrichtspijn, hoofdpijn en stemming. De mate van verbetering varieerde: van mild en tijdelijk tot (in enkele verhalen) zeer uitgesproken en levensveranderend; en er waren ook deelnemers die weinig tot geen verandering ervoeren.
Welbevinden
Nog opvallender is dat 22 van de 26 deelnemers expliciet een verbetering van welbevinden rapporteerden (de overige antwoorden waren volgens de coders niet helder genoeg om te classificeren, maar niemand zei ondubbelzinnig “geen verbetering”). De verbetering werd niet alleen gekoppeld aan symptoomafname, maar ook aan meer rust, een meer meditatieve staat, en het gevoel een bruikbaar hulpmiddel te hebben om zelf toe te passen (bijvoorbeeld bij pijn op de borst of wakker worden in de nacht). Meerdere deelnemers beschreven bovendien een verschuiving in houding: klachten waren er soms nog, maar ze werden minder beangstigend of minder allesbepalend; er was meer veerkracht, meer hoop, minder “doemgevoel”.
De groepsfactor: “ik ben niet de enige”
Vrijwel iedereen benadrukte het positieve van het groepselement: herkenning, validatie, uitwisseling, en simpelweg samen in één ruimte zijn met mensen die hetzelfde meemaken. Een paar deelnemers gaven aan dat ze voor het eerst ooit iemand anders met long COVID ontmoetten en dat dat op zichzelf al helend werkte. De auteurs plaatsen dit in de bredere literatuur over groepsinterventies bij chronische aandoeningen, en wijzen erop dat PASC vaak gepaard gaat met isolatie.
Een opmerkelijke observatie: qi-perceptie en verbetering
De onderzoekers zetten de rapportage van “qi voelen” naast symptomatische verbetering. Van de deelnemers die wel enige qi-perceptie rapporteerden, had 79% ook verbetering in PASC-symptomen. De twee deelnemers die geen qi konden voelen, rapporteerden ook geen symptoomverbetering. De auteurs zijn voorzichtig: dit bewijst geen causaliteit en zegt niet dat qi-perceptie “nodig” is, maar het is wel een intrigerend patroon dat om vervolgonderzoek vraagt.
Beperkingen en wat je er wel en niet uit mag concluderen
Dit is een pilot met een kleine steekproef, één behandelaar en een multimodaal programma (externe qigong + interne zelfoefening + groep). Daardoor kun je niet aanwijzen welk onderdeel voor het resultaat zorgde, en kun je ook niet uitsluiten dat verwachtingen, selectie (mensen die openstaan voor zo’n aanpak), context (zaterdagochtend, rustige kliniek) en de groep zelf een belangrijke rol speelden. Tegelijk is het sterke punt dat alle deelnemers zijn geïnterviewd en dat de analyse expliciet gericht was op het zorgvuldig vangen van de ervaringswereld, inclusief sceptische of onduidelijke reacties.
Tot slot vroegen de interviewvragen niet expliciet naar veranderingen in specifieke PASC-symptomen, waardoor de schattingen van symptoomspecifieke verbetering mogelijk zelfs onderschattingen zijn. Toekomstige studies zouden moeten gebeuren met een grotere steekproef, met meer etnische diversiteit en meerdere qigongbeoefenaars. Daarnaast is het interessant om deelnemers te blinderen voor de interventie en/of afzonderlijke onderdelen van de interventie te testen (bijv. externe versus interne qigong versus de combinatie daarvan).
Conclusie
Deze studie is een van de weinige kwalitatieve onderzoeken naar qigong als behandeling voor een medische aandoening. Zij biedt een uniek perspectief van patiënten op de effecten van qigong, evenals inzicht in de waarneming en het begrip van qi door de deelnemers. De meeste deelnemers waren in staat qi waar te nemen. De positieve, voorlopige bevindingen van deze studie rechtvaardigen verder onderzoek om de mogelijke voordelen van qigong bij deze patiëntengroep te evalueren.
Bron
Bronartikel: Experiences with Qi and changes in postacute sequelae of COVID-19 (PASC) symptoms with qigong: a qualitative analysis of participants’ experiences in a pilot clinical trial.
Als je dit artikel lezenswaardig vond en (nog) geen betaald abonnement wilt, mag je me ook trakteren op een cappuccino!
De term PASC wordt ook in Nederland gebruikt, vooral in (internationale) wetenschappelijke en beleidscontext. Bijvoorbeeld: C-support noemt PASC expliciet naast “post-COVID” en “PCS”. Ook het RIVM gebruikt op z’n Engelstalige pagina “Long COVID” en “PASC” naast elkaar.
Echter: PAIS zie je in Nederland steeds vaker als overkoepelende term voor aanhoudende klachten na allerlei infecties, waar post-COVID er één van is. ZonMw gebruikt PAIS precies zo. Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde schrijft recent ook over “postacute infectiesyndromen” in diezelfde lijn.
Het praktische onderscheid:
PASC = specifiek: post-acute sequelae of SARS-CoV-2 infection (dus: post-COVID/long COVID).
PAIS = breder “parapluwoord” voor postinfectieuze syndromen in het algemeen (waar post-COVID onder valt).
Onder andere deze zoekwoorden: immuunfunctie, ontsteking, cytokine, ademhalingsspieren, buikademhaling, stress, emotie.
Onder andere deze zoekwoorden: Qigong, Qi Gong, Tai Chi, Tai-Chi, Taichi, Taiji, Yi Jin Ying, Wu Qin Xi, Ba Duan Jin, Liu Zi Jue (deze laatste vier ook in diverse spellingen).
Een klinische review wordt ook wel een ‘update’ genoemd.
Het gaat om een grondig, maar minder diepgaand onderzoek dan een systematische review of een meta-analyse (beide helemaal bovenaan in de pyramide). Minder diepgaand betekent vaak dat het onderzoek wat breder opgezet is en dat is ook hier het geval.
Updates worden ook vaker door inhoudelijk deskundigen gepubliceerd; in tegenstelling tot bijv. een meta-analyse, die heel technisch uitgevoerd kan worden door niet-deskundigen.
De bewijskracht van een klinische review is niet duidelijk ingedeeld, zie de pyramide hierboven.
Bij uitstek een kwaliteit die met mindfulness getraind wordt.






