De toekomst doet geen pijn. Nog niet.
Wij zijn onderling afhankelijk; het is een wetmatigheid
Inleiding
Ik las een artikel dat geschreven is door Matthieu Ricard, een vooraanstaand Tibetaans boeddhist en schrijver van diverse boeken over meditatie en compassie. Het artikel lijkt te gaan over de gevolgen van klimaatverandering in de Himalaya, maar gaat feitelijk veel meer over de oorzaken van klimaatverandering, namelijk het verloren gegane gevoel van onderlinge afhankelijkheid.
Onderlinge afhankelijkheid als vergeten waarheid
In onze moderne wereld hebben we een fundamentele waarheid uit het oog verloren: alles hangt met alles samen. We leven in de veronderstelling dat we autonome individuen zijn, los van elkaar en los van de natuur. We denken dat onze keuzes – wat we eten, waarheen we reizen, de auto waarin we rijden – persoonlijke aangelegenheden zijn zonder consequenties voor anderen. Maar deze illusie van scheiding is nu juist de grondoorzaak van de crisis waar we voor staan.
De klimaatverandering die we in de wereld zien, is niet ontstaan door een gebrek aan kennis of technologie. Het is ontstaan uit een dieper vergeten: het besef dat we onlosmakelijk met elkaar en met alle levende wezens verbonden zijn. In het boeddhisme wordt dit pratītya samutpāda (Sanskriet) genoemd, wat vertaald wordt als “afhankelijk ontstaan” of “wederzijds afhankelijk ontstaan”1. Wanneer een Qatarees 2500 keer meer CO₂ uitstoot dan een Afghaan, en de smeltende ijsmeren in de Himalaya vooral de armste gemeenschappen in Nepal en Bhutan bedreigen, wordt het fenomeen van de vergeten verbondenheid pijnlijk zichtbaar. Degenen die het minst bijdragen aan het probleem, lijden er het meest onder.
Van begrip naar verantwoordelijkheid
Onderlinge afhankelijkheid is meer dan een filosofisch concept – het is een wetmatigheid, even onontkoombaar als de zwaartekracht. Het water dat stroomt door de rivieren van India komt van de gletsjers in Tibet. De lucht die we inademen is gezuiverd door de bossen van het Amazonegebied. Het voedsel op ons bord is afhankelijk van bestuivende insecten. Het scherm waarop je dit artikel leest, is niet alleen gebouwd met behulp van heel veel mensen, maar ook met kennis van heel veel generaties. Wanneer we dit diepgaand begrijpen, niet alleen intellectueel maar ook gevoelsmatig, ontstaat vanzelf een gevoel van verantwoordelijkheid. Niet uit schuldgevoel, maar uit het heldere inzicht dat zorgen voor anderen zorgen voor onszelf is, en omgekeerd.
De herinnering aan dit belangrijke inzicht maakte het vertalen van het artikel voor mij de moeite waard. En hopelijk het lezen voor jou. Ik laat nu Matthieu Ricard aan het woord.
The future doesn't hurt. Yet.
Als ik 's ochtends vroeg in de weide zit die gelegen is voor de heuveltop waar mijn hut op staat, op zo'n twee uur rijden van Katmandu in Nepal, nemen mijn ogen honderden kilometers aan schitterende Himalaya bergtoppen waar, opgloeiend in de opkomende zon. De sereniteit van het landschap vloeit natuurlijk en naadloos samen met de vrede die ik van binnen voel. Dit is ver weg van het eens zo hectische stadsleven dat ik leidde.
Maar de vrede die ik ervaar is geen ontsnapping aan de wereld daar beneden – of aan de wetenschap die ik eens bestudeerde. Ik werk met de moeilijkste wereldse problemen die onderzocht worden door de 30 instanties en scholen die Karuna-Shechen (de organisatie die ik creëerde met een aantal toegewijde vrienden en weldoeners) leidt in Tibet, Nepal en India.
Getuige van een ravage
En nu, na 40 jaar tussen deze majestueuze bergen, word ik me op indringende wijze gewaar van de ravage die de klimaatverandering in de Himalaya en op de Tibetaanse hoogvlaktes teweegbrengt. Van waar ik zit in mijn kleine weide is het extra triest om getuige te zijn van het almaar grijzer en grijzer worden van de Himalayatoppen, als gevolg van de smeltende gletsjers en de zich optrekkende sneeuwgrens.
Praatjes vullen geen gaatjes
Het debat over de klimaatverandering wordt vooral gevoerd door mensen die in steden leven, waar alles kunstmatig is. Zij ervaren niet echt de veranderingen die gaande zijn in de echte, natuurlijke wereld. De overgrote meerderheid van Tibetanen, Nepalezen en Bhutanen die aan beide zijden van de Himalaya leven, heeft nooit gehoord van de opwarming van de aarde. Zij hebben geen toegang tot onze nieuwsmedia.
Wat zij wél zien, is dat het ijs op de rivieren en meren niet meer zo dik wordt, dat de temperaturen in de winter hoger worden en dat de lentebloesems eerder komen. Wat zij wellicht niet weten, is dat dit alles symptomen zijn van veel grotere gevaren.
IJsmeren
In het prachtige koninkrijk Bhutan, waar ik negen jaar verbleef, laat recent onderzoek door de enige glacioloog van het land, Kharma Thoeb, zien dat de natuurlijke morenedam, die twee ijsmeren van elkaar scheidt in het Lunana-gebied, vandaag de dag 31 meter dik is. In 2003 was dit 74 meter. Als deze dam bezwijkt, zal zo'n 53 miljoen kubieke meter water in de vallei van Punakha en Wangdi stromen, een enorme ravage veroorzaken en talloze levens kosten.
Er zijn totaal zo'n 400 ijsmeren in Nepal en Bhutan, waarvan de natuurlijke dammen kunnen bezwijken, waardoor bewoonde gebieden in de dalen overstroomd zullen raken. Als deze overstromingen plaatsvinden, zullen de gletsjers aanzienlijk sneller kleiner worden. Dit zal op zijn beurt droogte veroorzaken, omdat de beken en rivieren niet meer gevoed worden door de smeltende sneeuw.

De derde ‘pool’
Chinese klimatologen hebben de Himalayaanse en andere belangrijke gletsjers van het Tibetaanse plateau wel “de derde pool” van onze kwakkelende planeet genoemd. Er zijn ongeveer 40.000 grote en kleine gletsjers op het Himalayaanse plateau. Dit gebied smelt drie tot vier keer sneller dan de Noord- en Zuidpool. Het smelten gaat extra snel in de gebieden van de Himalaya waar de vervuiling neerslaat. Daar wordt namelijk de sneeuw donkerder, waardoor meer licht (= warmte) opgenomen wordt.
Volgens internationale ontwikkelingsorganisaties is ongeveer de helft van de bevolking van China, Myanmar, Thailand, Laos, Cambodja, Vietnam, India en Pakistan afhankelijk van de rivieren die afkomstig zijn van het Tibetaanse plateau voor hun landbouw en watervoorziening en zodoende hun overleving. De consequenties van het opdrogen van deze grote rivieren zullen catastrofaal zijn.
Ricards pad
Toen ik 20 was, werd ik ingehuurd als onderzoeker in het moleculair-biologische laboratorium van François Jacob, die zojuist de Nobelprijs voor de geneeskunde had gewonnen. Ik werkte daar zes jaar aan mijn promotieonderzoek. Het leven was verre van saai, maar er miste iets essentieels.
Alles veranderde toen ik in Darjeeling, Noord-India, kwam in 1967. Ik ontmoette daar enkele opmerkelijke mensen die mij toonden hoe een volledig geleefd mensenleven eruit kan zien. Deze Tibetaanse meesters, die allen net de communistische invasie van Tibet ontvlucht waren, straalden innerlijke goedheid, sereniteit en compassie uit.
Teruggekeerd van deze eerste reis, werd ik me ervan bewust dat ik zojuist een realiteit gevonden had die me mijn hele leven zou kunnen inspireren en richting en betekenis geven. In 1972 besloot ik naar Darjeeling te verhuizen, in de schaduw van de Himalaya, om daar te studeren onder de grote Tibetaanse meesters Kangyur Rinpoche en Dilgo Khyentse Rinpoche.
Naar een eenvoudig leven
In India, en later in Bhutan, leefde ik een mooi en eenvoudig leven. Ik begon te begrijpen dat sommige mensen gelukkiger lijken dan anderen, maar dat dat geluk evengoed kwetsbaar en incompleet is; en dat het bereiken van duurzaam geluk als een manier van zijn voortdurende inspanning en training van de geest vereist, om kwaliteiten als innerlijke vrede, mindfulness en altruïstische liefde te ontwikkelen.
Een interview met gevolgen
Toen, op een dag in 1979, kort nadat ons klooster in Nepal was voorzien van een telefoonverbinding, belde iemand uit Frankrijk om te vragen of ik deel wilde nemen aan een dialoog met mijn vader, de filosoof Jean-François Revel. Ik zei “natuurlijk!”, maar dacht dat ik nooit meer iets van die persoon zou horen, want ik geloofde niet dat mijn vader, een overtuigd atheïst, ooit een dialoog met een boeddhistische monnik zou aangaan, zelfs niet als dat zijn zoon was.
Maar tot mijn verbazing ging hij graag akkoord en hebben we samen tien dagen op een prettige manier doorgebracht in Nepal, vele onderwerpen rond de zin van het leven besprekend. Dat was het einde van mijn stille, anonieme leven en het begin van een andere manier van interactie met de wereld.
Het boek dat volgde, “De monnik en de filosoof” werd een bestseller in Frankrijk en werd vertaald in 21 talen.
Het begon tot me door te dringen dat door de verkoopcijfers van mijn boek, meer geld dan ik ooit had gedacht mijn kant op zou komen. Aangezien ik me niet kon voorstellen een landgoed in Frankrijk te kopen, leek het me het meest logisch om alle rechten en winsten van het boek en degenen die zouden volgen te gebruiken om anderen te helpen. De stichting die ik voor dat doel creëerde is Karuna-Shechen, die humanitaire- en onderwijsprojecten ingang zet en onderhoudt door heel Azië.
Karuna Shechen
Humanitaire projecten zijn sindsdien een centraal punt in mijn leven, en met enkele toegewijde vrijwilligers en vrienden, alsmede enkele vrijgevige weldoeners; met de inspiratie van de abt van mijn klooster, Rabjam Rinpoche, hebben we scholen en klinieken gebouwd in Tibet, Nepal en India; waar we zo’n 100.000 mensen per jaar behandelen en waar bijna 10.000 kinderen onderwijs krijgen. We hebben dit voor elkaar gekregen met amper vier procent overheadkosten van ons totale budget. Mijn leven is ontegenzeggelijk hectischer geworden, maar ik heb gedurende de jaren ook ontdekt dat het jezelf proberen te transformeren om van de wereld een betere plek te maken, blijvende voldoening schenkt en boven alles de onvervangbare zegen schenkt van altruïsme en compassie.
Het zinkende schip
Stel je een zinkend schip voor dat alle beschikbare stroom nodig heeft om pompen draaiend te houden om het stijgende water het hoofd te bieden. De passagiers die eerste klas reizen, weigeren mee te werken, omdat ze hun airconditioning en andere elektrische apparaten willen blijven gebruiken. De tweede klas passagiers zijn voortdurend bezig om hun ticket in een eerste klas ticket om te boeken. De boot zinkt en alle passagiers verdrinken. Dát is waar de huidige benadering van de klimaatverandering toe zal leiden.
Of mensen het nu geloven of niet, hun handelen kan desastreuze gevolgen hebben – zoals de milieuveranderingen in de Himalaya, rond de Poolcirkels en vele andere gebieden ons laten zien. Het ongebreidelde consumentisme van de rijkste vijf procent van onze planeet vormt de grootste bijdrage aan de klimaatverandering en zal vooral ellende veroorzaken voor de armste 25 procent van de mensen. Volgens een belangrijke Amerikaanse ministeriële instantie produceert een Afghaan 0,02 ton CO₂ per jaar, een Nepalees en Tanziaan 0,1, een Brit 10 ton, een Amerikaan 19 ton en een inwoner van Qatar 51 ton, wat dus 2500 maal meer is dan een Afghaan.
Minachting voor andere levende wezens
Losbandig consumentisme bestaat bij de vooronderstelling dat anderen slechts instrumenten zijn en het milieu een gebruiksartikel. Deze houding cultiveert ontevredenheid, egoïsme en minachting voor andere levende wezens en ons milieu. Mensen zijn zelden bereid te veranderen voor iets wat in de toekomst ligt, of voor de volgende generatie. Men zegt: “Welnu, dat zien ze dan wel weer, wanneer het zover is.” Men voelt er niets voor om op te geven waar men van geniet om de desastreuze langetermijneffecten te voorkomen. De toekomst doet geen pijn. Nog niet. Een altruïstische maatschappij is er een waarin men niet alleen goed zorgt voor zichzelf en zijn naaste familie, maar voor de kwaliteit van leven van al zijn bewoners, terwijl men ook aandacht heeft voor het lot van de komende generaties.
Dieren als gebruiksartikel
Zo dienen we ons toenemend bezorgd te maken om de manier waarop we met dieren omgaan: als objecten voor consumptie en als industriële producten; en niet als levende wezens die recht hebben op welbevinden en niet willen lijden. Ieder jaar worden in de wereld meer dan 150 miljard landdieren gedood voor menselijke consumptie, evenals zo’n 150 triljoen zeedieren. In de rijke landen wordt 99% van deze dieren gefokt en gedood in industriële boerderijen en slachthuizen, waarbij ze maar een fractie van hun feitelijke levensverwachting leven. Daarbij is, volgens de Verenigde Naties en het rapport over de klimaatverandering van de FAO, de veeteelt verantwoordelijk voor een groter aandeel in de uitstoot van broeikasgassen (18 procent) dan de wereldwijde transportsector bij elkaar. Een oplossing kan dus zijn om minder vlees te eten!
Wij zijn onderling afhankelijk; het is een wetmatigheid
Zoals de Dalai Lama regelmatig gezegd heeft, is onderlinge afhankelijkheid een centraal boeddhistisch thema, dat leidt tot diepgaand begrip van de aard van de realiteit en een verantwoordelijkheidsbesef voor de gehele wereld. Aangezien alle levende wezens onderling verbonden zijn en zij allen, zonder uitzondering, niet willen lijden en gelukkig willen zijn, vormt het begrip hiervan de basis voor altruïsme en compassie. Dit leidt op zijn beurt op een vanzelfsprekende manier tot een houding van geweldloosheid jegens mensen, dieren en onze wereld.
Matthieu Ricard was moleculair bioloog voordat hij besloot te gaan leven in de Himalaya en boeddhistisch monnik te worden. Hij fotografeert veel en is schrijver van diverse boeken. Hij leeft momenteel in Nepal en is betrokken bij meer dan 100 humanitaire projecten.
Als je dit artikel lezenswaardig vond en (nog) geen betaald abonnement wilt, kun je mijn schrijfwerk ook ondersteunen door me te trakteren op een cappuccino!
Mijn Ch’an (= Zen) leraar Ton Lathouwers was als hoogleraar Slavische talen een liefhebber van etymologie (= studie van de herkomst van woorden) en “vertaalde” samutpāda als “samen d’r uut, het pad op!”





