
Recent duikt er opnieuw een golf van berichten op die beweren dat de polyvagaaltheorie (PVT) wetenschappelijk is afgeschreven. De aanleiding is een artikel van Paul Grossman, getiteld Why the Polyvagal Theory is Untenable. Het stuk heeft – ondanks een adequate respons van Stephen Porges – bij een aantal therapeuten en psychologen tot twijfel geleid. Maar wie de kritiek naast de theorie zelf legt, stuit op een opvallend patroon: Grossman bestrijdt alweer en nog steeds voor het grootste deel een versie van de PVT die grondlegger Stephen Porges zelf nooit heeft beschreven.
Naast het feit dat ik zelf bezig ben met enkele verdiepende artikelen hierover, kwam ik van de week een filmpje tegen van Justin Sunseri, waarin hij adequaat een aantal zaken uitlegt. Ik besloot er een vertaalde samenvatting van te maken.
De vagale paradox: twee verschillende vragen
De polyvagaaltheorie begint bij een neurologische puzzel die Stephen Porges de vagale paradox noemde. Zijn vraag was concreet: hoe kan één en dezelfde zenuw – de nervus vagus – zowel levensbeschermend als levensgevaarlijk zijn? Als RSA (respiratoire sinusaritmie) wordt opgevat als een marker van gezonde vagale regulatie, hoe valt dan te verklaren dat andere vagale responsen – zoals bradycardie (= trage hartslag) en apneu (= ademstilstand) bij prematuren (= te vroeg geborenen) – juist met levensbedreigende ontregeling samenhangen? Deze paradox vormde de basis voor Porges’ hypothese dat het vagale systeem in verschillende functionele eenheden verdeeld (= gedifferentieerd) is.
Grossman herformuleert deze vraag en maakt er een meetprobleem van: RSA is gewoon een onnauwkeurige maatstaf voor vagale harttonus, en dat verklaart de schijnbare tegenstrijdigheid. Maar daarmee beantwoordt hij een andere vraag dan Porges stelde. Porges vroeg niet of RSA een betrouwbaar meetinstrument is. Hij vroeg waarom dezelfde zenuw tegengestelde overlevingsuitkomsten produceert. Dat is een neurobiologische vraag, geen methodologische.
Dit onderscheid is van belang. De vagale paradox was de drijvende kracht achter Porges’ onderzoek naar de hersenstam, wat uiteindelijk leidde tot de ontdekking van twee anatomisch gescheiden vagale banen die vanuit verschillende hersenstamkernen ontspringen en fundamenteel verschillende functies hebben. Grossman adresseert de vagale paradox niet in de vorm waarin Porges haar stelt, en gaat evenmin in op het door Porges voorgestelde anatomische onderscheid tussen verschillende vagale circuits als verklaring.
RSA als meetinstrument, niet als fundament
Een groot deel van Grossmans artikel is gewijd aan de tekortkomingen van RSA als index van vagale harttonus. Als RSA onbetrouwbaar is, zo lijkt de redenering, dan valt het hele theoretische gebouw van de PVT om. Maar dit miskent wat Porges zelf over RSA heeft geschreven.
In een publicatie uit 2023 stelt Porges expliciet dat RSA een venster is op de functie van de ventrale vagus – een meetinstrument om polyvagaal-geïnformeerde hypothesen te toetsen – maar geen fundament van de theorie zelf. De vergelijking met een thermometer is hier verhelderend: als een koortsthermometer onnauwkeurig meet onder bepaalde omstandigheden, volgt daaruit niet dat koorts als criterium voor infectie onhoudbaar is. Kritiek op het instrument raakt niet de onderliggende werkelijkheid die het probeert te meten.
Grossman citeert het bewuste 2023-artikel van Porges. Hij is er dus van op de hoogte. Waarom hij desondanks RSA behandelt als de spil waar de hele theorie om draait, blijft onduidelijk.
Freeze en shutdown: twee verschillende toestanden
Een ander punt van kritiek betreft de relatie tussen bradycardie en de bevriezingsrespons. Grossman stelt dat er bij freeze geen bradycardie optreedt, en gebruikt dit als argument tegen de theorie. Maar in de polyvagaaltheorie worden freeze en shutdown als twee verschillende toestanden beschreven.
Shutdown is een dorsaal-vagale respons: een slappe, passieve ineenstorting – denk aan het dood-veinzen van een muis in de bek van een kat. Bradycardie past daarbinnen als fysiologische respons. Freeze daarentegen is een gecombineerde toestand: immobiliteit door gelijktijdige activatie van het dorsale vagale systeem én het sympathische systeem. Het lichaam staat stil maar staat intern onder hoogspanning – vergelijkbaar met een paniekaanval waarbij iemand verstijft. Bij die gecombineerde activatie is een bradycardie juist níét te verwachten.
Dus bij freeze treedt inderdaad geen bradycardie op, precies zoals Grossman én de PVT stellen.
Toegegeven: de terminologie rond freeze en shutdown is in de literatuur niet altijd consistent; dit is een punt waar regelmatig verwarring ontstaat. Ook Grossman maakt dit onderscheid niet, wat zijn redenering op dit punt behoorlijk verzwakt.
Gemyeliniseerde zenuwen bij niet-zoogdieren
Grossman wijst op onderzoek waaruit blijkt dat ook niet-zoogdieren – haaien, vissen, reptielen – beschikken over snelwerkende gemyeliniseerde zenuwen die de hartslag direct kunnen beïnvloeden. Zijn conclusie: als deze anatomie niet exclusief is voor zoogdieren, kan ze ook geen bijzondere zoogdierinnovatie voor sociale betrokkenheid zijn.
Maar de polyvagaaltheorie stelt dat ook helemaal niet. Porges heeft dit punt herhaaldelijk verduidelijkt: de theorie draait niet om de vraag of snelwerkende vagale zenuwen exclusief zijn voor zoogdieren. Het gaat om de evolutionaire verplaatsing van de hersenstamkern waaruit die zenuwen ontspringen. Bij zoogdieren wordt een zogenaamde ventrale verschuiving beschreven: een evolutionaire herorganisatie van vagale controle, waarbij naast de oudere projecties vanuit de nucleus dorsalis motorius (vandaar dorsale vagus) een prominente rol ontstaat voor vagale banen die ontspringen in de nucleus ambiguus, meer ventraal (voilà, de ventrale vagus) in de hersenstam.
Deze organisatie is functioneel cruciaal, omdat de nucleus ambiguus nauw verbonden is met kernen die betrokken zijn bij gezichtsexpressie, vocalisatie (= stemgebruik) en auditieve verwerking (= gevoeligheid voor geluid). Zo ontstaat een geïntegreerd systeem waarin hartregulatie en sociale communicatie met elkaar samenhangen. Dat is de evolutionaire claim van de PVT – niet dat snelle vagale zenuwen uniek zoogdierlijk zijn.
Sociaal gedrag bij reptielen
Grossman merkt op dat moderne reptielen veel complexer sociaal gedrag vertonen dan lang werd aangenomen: langdurige paarbinding, gezamenlijke ouderlijke zorg, sociaal leren. Als argument tegen de polyvagaaltheorie mist dit zijn doel, en Porges heeft dat ook zo beantwoord.
De PVT is niet geïnteresseerd in het sociale gedrag van moderne reptielen als zodanig, maar in de specifieke evolutionaire overgang van gemeenschappelijke uitgestorven voorouders naar zoogdieren. Wat moderne reptielen sindsdien hebben ontwikkeld, volgt een afzonderlijk evolutionair traject. Voor zover er overeenkomsten zijn in sociaal gedrag, kunnen die worden opgevat als voorbeelden van convergente evolutie, waarbij vergelijkbare gedragingen via verschillende onderliggende biologische systemen tot stand komen.
Bovendien beschrijft de theorie een zeer specifieke integratie: de koppeling van hartregulatie aan gezichtsexpressie, stem en gehoor, waardoor sociale signalen als een warme stemklank, oogcontact of glimlach fysiologische kalmering bij anderen kunnen bewerkstelligen (co-regulatie). Dat is iets anders dan het sociale gedrag dat Grossman beschrijft bij reptielen.
Voor wie heeft Grossman zijn artikel geschreven?
Los van de inhoudelijke bezwaren valt iets op aan de opzet van het artikel. Abstract en inleiding richten zich expliciet op therapeuten en andere hulpverleners die de PVT in hun praktijk gebruiken. De drie laatste van de twaalf conclusies gaan over psychologie en behandeling, en moedigen zorgprofessionals aan de theorie te verlaten.
Dat is opmerkelijk, want het artikel bevat geen nieuwe argumenten tegen de PVT. Grossman herhaalt standpunten die hij al jaren publiceert, en waarop Porges meerdere malen heeft gereageerd. Het artikel presenteert zich in wetenschappelijke termen, maar lijkt tegelijkertijd gericht op lezers die de primaire literatuur niet systematisch volgen.
Dat maakt het schadelijk voor een eerlijke beoordeling van de PVT: wie de oorspronkelijke formuleringen van de theorie niet kent, heeft weinig houvast om de kritiek inhoudelijk te beoordelen. De kloof tussen wat Grossman bestrijdt en wat Porges daadwerkelijk beweert, wordt alleen zichtbaar als je theorie en kritiek naast elkaar legt. Het effect is inmiddels zichtbaar: therapeuten en verschillende populaire psychologiekanalen hebben de conclusies overgenomen zonder te toetsen of de beschreven kritiek en de theorie overeenkomen.
Aangezien dit niet de eerste keer is dat Grossman deze strategie toepast, is het lastig dit als een onschuldige vergissing te kenschetsen.
Werk aan de winkel
Dat betekent niet dat Grossman nergens een punt heeft. De vraag hoe ventrale vagale activiteit betrouwbaar gemeten kan worden, blijft open, ook zonder dat RSA een fundament van de theorie is. De fylogenetische claims – over de evolutionaire herorganisatie van vagale circuits bij de overgang naar zoogdieren – zijn plausibel, maar minder stevig onderbouwd dan het anatomische deel van de theorie. En de terminologie rond freeze, shutdown en collapse is binnen de PVT-gemeenschap zelf niet altijd consistent, wat vergelijkend onderzoek bemoeilijkt. Dat zijn reële kwesties, en ze verdienen serieuzere aandacht dan ze tot nu toe hebben gekregen.
Conclusie
Wetenschappelijke kritiek is waardevol, en de polyvagaaltheorie is niet immuun voor vragen of verbetering. Er zijn legitieme debatten over de mate waarin RSA als proxy voor ventrale vagale activiteit bruikbaar is, over de vraag hoe robuust de evolutionaire claims zijn, en over de precieze anatomische grenzen van het sociale betrokkenheidssysteem.
Maar Grossmans artikel gaat daar grotendeels niet over. Het bestrijdt een vagale paradox die Porges nooit formuleerde, behandelt RSA als een fundament dat Porges zelf expliciet heeft gerelativeerd, verwart freeze met shutdown, en mist het evolutionaire kernpunt van de theorie over de nucleus ambiguus. Wie de bronnen naast elkaar legt, ziet dat de kern van de kritiek niet aansluit op de kern van de theorie.
De polyvagaaltheorie is niet dood. Ze is onderwerp van een lopend wetenschappelijk debat, en dat is precies waar ze hoort te zijn; alleen zou dat debat over andere vragen moeten gaan dan degene die Grossman stelt.
Als je dit artikel lezenswaardig vond en (nog) geen betaald abonnement wilt, mag je me ook trakteren op een cappuccino!


